- De leerlingen kunnen uitleggen wat een roaming profile is en waarom dit zorgt voor een mobiele werkplek.
- De leerlingen kunnen het verschil beschrijven tussen een lokaal profiel en een roaming profile.
- De leerlingen kunnen een correct UNC-pad voor het profile path invullen.
- De leerlingen kunnen de variabele %username% correct toepassen bij profielconfiguratie.
- De leerlingen kunnen in Active Directory Users and Computers (ADUC) meerdere gebruikers tegelijk selecteren en hun profile path instellen.
- De leerlingen kunnen testen of een roaming profile correct synchroniseert door op verschillende clients in en uit te loggen.
- De leerlingen kunnen op de server controleren of de juiste profielmap is aangemaakt en verklaren waarom grote bestanden het in- en uitloggen vertragen.
Theorie
1. Voorkennis herhalen
In de voorgaande lessen hebben we een Windows-client gekoppeld aan het domein en een OU-structuur opgezet.
Je weet dat we gebruikers centraal beheren in Active Directory Users and Computers (ADUC).
Tot nu toe was een gebruikersprofiel (je bureaublad, documenten, instellingen) "lokaal": het bleef fysiek staan op de computer waarop je inlogde.
2. Wat is een Roaming Profile?
Een roaming profile zorgt ervoor dat je werkomgeving op een centrale server staat in plaats van op de harde schijf van een workstation.
Zodra je inlogt op een willekeurige pc in het netwerk, "leent" die client jouw profiel van de server.
Wanneer je uitlogt, worden alle wijzigingen (zoals een nieuwe achtergrond of een opgeslagen snelkoppeling) weer naar de server gestuurd.
Dit is de basis voor een mobiele werkplek: je kunt op maandag op PC-01 werken en op dinsdag op PC-05 met exact dezelfde look-and-feel.
3. Het Profile Path
Om dit te activeren, moeten we in de eigenschappen van de gebruiker aangeven waar de server het profiel kan opslaan.
Dit doen we met een UNC-pad, wat een netwerkadres is dat naar een specifieke map wijst.
Voor dit labo is de share op de server al voor je klaargezet op het volgende adres: \\JARVIS\Profiles$.
4. Efficiëntie: De %username% variabele
Als beheerder wil je niet voor elke werknemer handmatig een eigen mapnaam typen.
We gebruiken daarom de variabele %username%.
Als je in de instellingen \\JARVIS\Profiles$\%username% invult, zal Windows dit voor gebruiker 'Jan' automatisch omzetten naar de map ...\Jan.
Je kunt in Active Directory Users and Computers (ADUC) meerdere gebruikers tegelijk selecteren (met Shift of Ctrl), rechtsklikken op 'Properties' en in één keer het profielpad voor de hele groep instellen.
Opdrachtenblad: Roaming Profiles instellen
Situatie: De IT-afdeling heeft op de server JARVIS een verborgen share Profiles$ aangemaakt met de juiste permissies. Jij gaat nu de accounts in jouw eigen OU configureren.
Opdracht 1: Bulk-configuratie in Active Directory
We gaan de accounts van jouw aangemaakte KMO-structuur in bulk aanpassen zodat ze mobiel worden.
- Open Active Directory Users and Computers.
- Navigeer naar de OU waar jouw testgebruikers staan.
- Selecteer alle gebruikers die een mobiel profiel nodig hebben.
- Rechtsklik op de selectie en kies Properties.
- Ga naar het tabblad Profile.
- Vink het vakje Profile path aan.
- Vul het pad in:
\\JARVIS\Profiles$\%username%
Screenshot 1: Plaats hier een screenshot van het 'Properties' venster terwijl je meerdere gebruikers tegelijk aanpast, met het ingevulde pad zichtbaar.
Opdracht 2: De activering testen
Een roaming profile wordt pas echt fysiek aangemaakt op de server op het moment dat een gebruiker de eerste keer uitlogt.
- Log op een Windows-client in met één van je testgebruikers.
- Pas je werkomgeving aan: verander de bureaubladachtergrond of maak een mapje aan op het bureaublad.
- Cruciale stap: Meld de gebruiker volledig af (Sign out).
- Wacht enkele seconden en log nu in op een andere client-computer (of log in met een andere gebruiker op de eerste pc om te zien of alles gescheiden blijft).
Reflectievraag: Wat gebeurt er volgens jou met de snelheid van het in- en uitloggen als een gebruiker 10GB aan video's op zijn bureaublad heeft staan? Waarom is dat zo?
Opdracht 3: Controle op de server
We gaan nu controleren of de server de mappenstructuur correct heeft aangemaakt.
TODO: via de server werkt niet meer (Administrator heeft de rechten niet)
- Open de Windows Verkenner op de server (of verken de share via het netwerk).
- Navigeer naar de map waar de profielen worden opgeslagen.
- Controleer of er een nieuwe map is verschenen met de naam van je gebruiker (vaak met de toevoeging
.V6).
Screenshot 2: Plaats hier een screenshot van de mapinhoud op de server waarin we de automatisch aangemaakte profielmap(pen) zien staan.
Differentiatie: Uitdaging voor de Expert
- Versiebeheer: Zoek uit waarom Windows automatisch
.V6of.V2achter de mapnaam zet. Wat gebeurt er als je probeert in te loggen op een Windows 7 computer met een profiel dat is aangemaakt op Windows 11? - Foutopsporing: Stel dat een gebruiker de melding krijgt "You have been logged on with a temporary profile". Wat zou er mis kunnen zijn met het pad of de rechten op de server?
- Local vs Roaming: Er is een optie in de registry of via GPO om het lokale profiel te verwijderen nadat de gebruiker is uitgelogd. Waarom zou een systeembeheerder dit willen doen op een gedeelde computer?
- Roaming profiles zorgen voor een mobiele werkplek door gebruikersprofielen centraal op een server op te slaan.
- Het verschil tussen lokale profielen (op werkstation) en roaming profiles (op server).
- UNC-paden correct opstellen (\SERVER\Share$) voor profile paths.
- De %username% variabele gebruiken voor automatische substitutie van gebruikersnamen.
- Bulk-configuratie van meerdere gebruikers tegelijk in Active Directory Users and Computers.
- Testen van roaming profile synchronisatie door in/uitloggen op verschillende clients.
- Profielmappen op de server controleren en versiebeheer (V6, V2) begrijpen.
- Impact van grote bestanden op in- en uitlogsnelheid.