Lespakket 11 - Beveiliging

🎯
  • De leerlingen kunnen veelvoorkomende netwerkbedreigingen en termen benoemen en kort beschrijven (hacker, cracker, exploit, DOS/DDOS, botnet, man‑in‑the‑middle, phishing, pharming, social engineering).
  • De leerlingen kunnen uitleggen hoe IP‑adressen, poortnummers en sockets werken en waarom open poorten kwetsbaarheden vormen (netstat, poortscanners).
  • De leerlingen kunnen de werking en het doel van firewalls, packet/IP/web/applicatiefiltering, ACL's, DMZ's en proxyservers beschrijven en basisregels voor configuratie noemen.
  • De leerlingen kunnen beveiligingsmaatregelen voor draadloze netwerken vergelijken en toepassen (WEP, WPA/WPA2/WPA3, WPS, SSID‑beheer, MAC‑filtering en NAP‑wachtwoorden).
  • De leerlingen kunnen principes van identificatie, authenticatie en autorisatie toelichten en voorbeelden geven (wachtwoordbeleid, 2FA/MFA, smartcards, biometrie).
  • De leerlingen kunnen VPN‑concepten en tunneling uitleggen en het verschil tussen remote‑access, site‑to‑site en publieke VPN‑diensten noemen.
  • De leerlingen kunnen praktische risicobeperkingen en beleidsmaatregelen noemen voor netwerkbeveiliging: segmentatie (VLAN), logging en monitoring, updates/backups, ethisch hacken en bewustwording tegen social engineering.
📖
  • Zie boek p. 96-111

5.1 Veiligheidsproblemen van een netwerk

Belangrijkste risico's

  • Gegevens die over netwerken lopen kunnen door buitenstaanders worden uitgelezen of gestolen.
  • Bedrijfsspionage, afpersing door cybercriminelen en inzet door staatsactoren komen voor.
  • Cyberoorlogen: inbreuken en ontregeling van systemen als nieuw wapengebied.
  • Amateurhackers vs criminele hackers; crackers zijn hackers met kwaadaardige bedoelingen.
  • IoT vergroot het aanvalsoppervlak; gecompromitteerde apparaten kunnen deel uitmaken van botnets. (Een schema van een netwerk met normale apparaten en gecompromitteerde IoT-toestellen is hier nuttig.)
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Zo voert de digitale maffia een hack-aanval uit (13:47)

Toegangsvectoren

  • Netwerkverbinding (internet of draadloos) is doorgaans vereist om vanop afstand in te breken.
  • Draadloze netwerken: aanvallers met laptop in de buurt kunnen proberen toegang te verkrijgen via een access point.
  • Fysieke scheiding (air gapping) vermindert risico maar is niet waterdicht (USB/social engineering).
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Nederlandse tieners werden ingezet voor Russische spionage (1:45)

Zie ook de film Zero days over Stuxnet https://www.imdb.com/title/tt5446858/

IP-adressen, poorten en sockets

  • Een aanvaller heeft vaak het IP‑adres en een open poort nodig; combinatie = socket (IP:poort).
  • Poorten zijn genummerd tussen 0 en 65.535; sommige poorten zijn permanent open voor diensten, andere tijdelijk.
  • nslookup kan het IP‑adres van een webserver tonen; netstat -a toont lokale openstaande poorten.
  • Poortscanners detecteren open poorten en vormen een veelgebruikte verkenningstechniek.
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Trinity uses nmap in The Matrix Reloaded (0:25)

Veelvoorkomende exploits en aanvallen

  • Datawijziging of -verwijdering (bijv. defacing van websites) — aanval op integriteit.
  • DOS/DDoS: servers overspoelen met gelijktijdige verzoeken; DDoS gebruikt botnets.
  • Botnet-terminologie: bots/zombies (geïnfecteerde devices), botherder (command & control).
Model of a botnet
Model of a botnet

Man‑in‑the‑middle (MITM)

  • MITM onderschept en kan berichten wijzigen tussen twee partijen zonder dat zij het merken.
  • Sterke versleuteling (bijv. TLS) bemoeilijkt MITM-aanvallen aanzienlijk.
Man-in-the-middle attack
Man-in-the-middle attack

Social engineering, phishing en pharming

  • Social engineering misbruikt menselijke argeloosheid (bv. valse helpdeskgesprekken).
  • Phishing: misleidende e-mails lokken gebruikers naar nagemaakte sites; let op afwijkende URL's.
  • Pharming: omleiding naar malafide sites via DNS‑manipulatie (cache poisoning) of geïnfecteerde systemen.
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Social engineering (2:02)

Detectie en mitigatie (basis)

  • Firewalls kunnen openstaande poorten verbergen voor de buitenwereld en fungeren als “mistgordijn”.
  • Firewalllogs en waarschuwingssoftware tonen poortscans en inbraakpogingen; proxyservers bemoeilijken opsporing.
  • Ethisch hacken / penetration testing en responsible disclosure helpen kwetsbaarheden blootleggen. (Een voorbeeldworkflow voor responsible disclosure kan nuttig zijn.)
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Ethisch Hacken (2:44)

Test jezelf !

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

5.2 Beveiligingsbeleid

Principes van beveiligingsbeleid

  • Veiligheid op een lokaal netwerk start met een duidelijk beveiligingsbeleid.
  • De netwerkbeheerder gebruikt serverdiensten om het beveiligingsniveau in te stellen.
  • Toegang wordt beperkt tot mensen binnen de organisatie; gasten hebben beperkte rechten.
  • Identificatie, authenticatie en autorisatie vormen de kern van toegangsbeheer.
  • Beleid bevat regels voor wachtwoorden, authenticatiemethoden en rechtenbeheer.

Identificatie

  • Gebruikers moeten zich kunnen identificeren met een gebruikersnaam.
  • Gastaccounts kunnen bestaan maar hebben sterk beperkte mogelijkheden.
  • Alleen geautoriseerde personen krijgen netwerktoegang.
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Identification vs Authentication vs Authorization (1:21)

Authenticatie

  • Authenticatie: de gebruiker moet bewijzen dat hij is wie hij zegt te zijn.
  • Standaardmethode: gebruikersnaam + wachtwoord; toegang alleen bij juiste combinatie.
  • Wachtwoordbeleid kan eisen stellen aan tekens, lengte, geldigheidsduur en hergebruik.
  • Alternatieven: biometrie (vingerafdruk, irisscan, gezichtsherkenning) en smartcards.
  • Twee‑trapsverificatie (2FA): extra korte‑tijdscode via sms, e‑mail of een persoonlijk toestel.
  • Multifactor authentication (MFA): combinatie van meerdere factoren voor hogere veiligheid.
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Why You Should Turn On Two Factor Authentication (8:12)
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Understand passkeys in 4 minutes (3:49)

Opmerkingen over implementatie

  • Beheer bepaalt welke authenticatiemethoden worden toegestaan en hoe gebruiksvriendelijkheid en veiligheid worden afgewogen.

Autorisatie

  • Na aanmelding krijgt een gebruiker rechten en machtigingen op serverdiensten.
  • Machtigingsniveau hangt af van functie binnen de organisatie (leerling vs leerkracht vs directie).
  • Toekenning gebeurt vaak op groepsniveau, met aanpassingen per gebruiker indien nodig.
  • Autorisatiebeleid bepaalt welke resources en acties voor elke groep of gebruiker toegestaan zijn.

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

5.3 Beveiliging van draadloze netwerken

Risico's

  • Signalen van een draadloos netwerk reiken buiten het gebouw en kunnen zo door een aanvaller worden opgevangen.
  • Een aanvaller heeft vaak alleen een laptop met draadloze netwerkkaart en eventueel een versterkende antenne nodig.
  • NAP's (access points) zenden voortdurend hun netwerknaam (SSID) uit; scanners kunnen deze oppikken.
  • Wardriving: zoeken naar onbeveiligde netwerken vanaf de openbare weg.
  • Sniffing: afluisteren van netwerkverkeer om gegevens te onderscheppen.
Bescherming tegen wardriving
Bescherming tegen wardriving
Hoe werkt wardriving
Hoe werkt wardriving

Versleutelingsprotocollen

  • WEP: versleutelt met een statische sleutel (64/128‑bit) maar is gebroken en makkelijk te kraken.
  • WPA: gebruikt een wachtzin (8–63 tekens) en dynamische sleutels die regelmatig wijzigen; veiliger dan WEP maar heeft ook kwetsbaarheden gekend.
  • WPA2: veelgebruikte standaard met AES‑versleuteling; neerwaarts compatibel met WPA.
  • WPA3: aangekondigd in 2018; biedt sterkere per‑verbinding beveiliging en gebruikt het Dragonfly‑(SAE) protocol om brute‑force te bemoeilijken.
  • Veel nieuwe apparaten ondersteunen zowel WPA2 als WPA3 naast elkaar; oudere toestellen kunnen soms vervangen moeten worden.
Tijdslijn van versleutelingsprotocollen
Tijdslijn van versleutelingsprotocollen

WPS en gebruiksvriendelijkheid

  • WPS (Wi‑Fi Protected Setup) maakt het eenvoudiger nieuwe apparaten toe te voegen zonder lange wachtzinnen.
  • WPS vermindert echter de veiligheid omdat het omzeilen van wachtzinnen makkelijker maakt.

MAC‑filtering en ACL's

  • NAP's kunnen een ACL bijhouden met toegestane MAC‑adressen (MAC‑filtering).
  • Maar ... MAC‑adressen worden onversleuteld verzonden en kunnen worden onderschept.
  • Met MAC‑spoofing kan een aanvaller een toegestaan adres namaken en zo toegang krijgen.
  • MAC‑filtering is alleen praktisch in kleine netwerken en beschermt niet tegen sniffing.
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Wifi beveiliging (8:40)

NAP‑configuratie en firewall

  • Veel NAP's hebben een ingebouwde firewall; hiermee kun je diensten/poorten beperken (bijv. alleen webverkeer toestaan).
  • Aanbevelingen bij configuratie:
    • Stel altijd een eigen administrator‑wachtwoord in (verwijder standaardwachtwoord).
    • Kies een unieke SSID; verberg SSID‑uitzending waar mogelijk.
    • Gebruik WPA2 of bij voorkeur WPA3; vertrouw niet op WEP of alleen MAC‑filtering.
    • Schakel de firewall‑functie van de NAP in om openstaande poorten te verbergen.
    • Plaats de NAP centraal in het gebouw (niet bij buitenmuren/ramen); gebruik unidirectionele antennes voor verbindingen tussen gebouwen.

Publieke hotspots en gedrag van gebruikers

  • Vertrouw niet blind op de beveiliging van publieke hotspots; mede‑gebruikers kunnen hetzelfde netwerk misbruiken om verkeer af te luisteren.
  • Bescherm je eigen apparaat en maak waar mogelijk alleen verbinding via beveiligde protocollen (bijv. HTTPS).

Test jezelf!

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

5.4 De firewall

Basis van een firewall

  • Een firewall is een programma dat al het netwerkverkeer controleert en alleen communicatie toelaat die als veilig wordt beschouwd.
  • Hardware-firewall: apparaat dat uitsluitend firewallfuncties heeft, lijkt uiterlijk op een switch, wordt meestal tussen lokaal netwerk en internet geplaatst; beheerder stelt het beveiligingsniveau in.
  • Software-firewall: geïnstalleerd op systemen met meerdere functies (servers, routers, NAP's); een personal firewall beschermt alleen het apparaat waarop hij draait (Windows en MacOS hebben standaard een personal firewall).
  • (Een schematische afbeelding van een hardware-firewall tussen internet en lokaal netwerk zou hier nuttig zijn.)

Pakketjes en packet filtering

  • Netwerkgegevens worden in pakketjes verstuurd; in de header staan IP-adres en poortnummer van verzender en ontvanger.
  • Firewalls kunnen pakketjes tegenhouden op verschillende niveaus (packet filtering):
    • Poortniveau (poortfiltering): regels bepalen welke poortnummers toegestaan zijn.
    • IP-niveau (IP-filtering): regels blokkeren of toestaan op basis van IP-adres.
    • URL-niveau (web-filtering): toegang tot bepaalde webadressen toestaan of blokkeren.
    • Toepassingsniveau (applicatiefiltering): bepalen welke toepassingen mogen verzenden/ontvangen (next‑generation firewall).

Extra filters, logging en regels

  • Firewalls kunnen extra filters bevatten: spamfilters, virusfilters en contentfilters (bijv. blokkeren van sites met gevaarlijke of ongepaste inhoud).
  • Firewalls leggen logbestanden aan met IP-adressen van partijen die verkeer verzenden of ontvangen; logs helpen bij opsporing en tegenmaatregelen bij herhaalde aanvallen.
  • Beheer stelt inkomende en uitgaande regels in; sommige poorten kunnen slechts in één richting opengezet worden.
  • Eenvoudige routerfirewalls bieden beperkte configuratie; professionele firewalls maken zeer gedetailleerde regels mogelijk.
  • Twee basisconfiguraties bij inschakelen: "alles behalve" (alles toegestaan behalve geblokkeerd) en "niets behalve" (alles geweigerd behalve expliciet toegestaan—veiliger).

DMZ (demilitarized zone)

  • Met een firewall kan een DMZ gecreëerd worden: een afgescheiden, streng beveiligd netwerkdeel voor systemen die publiek toegankelijk moeten zijn.
  • Webservers en mailservers worden vaak in een DMZ geplaatst om ze bereikbaar te maken vanaf internet maar te isoleren van het interne netwerk.
  • (Een diagram van LAN — DMZ — internet is hier nuttig.)
DMZ zone
DMZ zone


QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
De gedemilitariseerde zone (6:10)

Test jezelf!

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

5.5 De proxyserver

Functie en werking

QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Wat is een proxyserver? (4:42)

Soorten proxyservers

  • Web proxy (web proxy): cachet webpagina's en deelt toegang voor clients.
  • Open proxy / URL proxyserver: publiek beschikbare proxy waarmee blokkades omzeild kunnen worden (gebruiker voert doel‑URL in op de open proxy).
  • Anonieme proxy: verbergt het IP‑adres van de gebruiker voor buitenstaanders.
  • Distorting proxy: geeft een vals IP‑adres door om het echte IP te maskeren.
  • Reverse proxy: geplaatst tussen internet en webservers voor load balancing en om webservers te verbergen; maakt servers minder direct zichtbaar voor aanvallen.
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Proxy & Reverse Proxy Explained in 4 minutes (4:00)

Transparantie, gebruik en beperkingen

  • Proxyservers zijn soms transparant: gebruikers merken niet dat verkeer via een proxy loopt (geen aanpassing in browser/instellingen nodig).
  • Web proxy's en reverse proxy's zijn vaak transparant; open proxyservers zijn dat meestal niet omdat gebruikers ze bewust gebruiken.
  • Blokkering via een interne web proxy is niet waterdicht: het grote aantal open proxyservers maakt het lastig om alle omwegen te blokkeren.
  • Proxy's bieden centrale controle (filtering, caching, load balancing) maar vormen ook een single point of control/failure.

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

5.6 Virtuele netwerken

5.6.1 VLAN

5.6.1 VLAN

Definitie en doel

  • Een VLAN (Virtual Local Area Network) is een logisch netwerk binnen één of meer fysieke netwerken.
  • Segmenteren van gegevensstromen verhoogt beveiliging zonder extra apparatuur of bekabeling.
  • Moderne managed switches ondersteunen tot 4096 VLAN's theoretisch; praktisch vaak beperkt tot 256.
  • VLAN's zijn de modernere vorm van subnetting met betere beveiliging en eenvoudiger configuratie.

Toepassingen

  • Afdelingsscheidingen in grote bedrijfsnetwerken zonder fysieke scheiding.
  • Performantieverbetering door reductie van broadcast-overhead.
  • Draadloos vs. bekabeld: hackers die draadlos toegang krijgen, bereiken het beveiligde bekabelde netwerk niet.
  • VoIP-scheiding: netwerkverkeer apart van spraakverkeer.
  • IPv4 en IPv6: gescheiden configuraties met DHCP en SLAAC op verschillende VLAN's.

VLAN-tags, trunks en poorttypen

  • Ethernet-frames krijgen een VLAN-tag zodat switches en routers het VLAN bepalen.
  • Een trunk is een verbinding tussen switches die meerdere VLAN's draagt.
  • Untagged poorten (toegangspoorten): voor één VLAN, geen tag nodig; configuratie via PVID (Port VLAN Identifier).
  • Tagged poorten: voor meerdere VLAN's (op trunk-verbindingen).
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
VLANs explained (tot 8:11)
VLAN switch
VLAN switch

Statische en dynamische VLAN's

  • Statisch VLAN: beheerder configureert poorten handmatig; geschikt voor vaste opstelling.
  • Dynamisch VLAN: VMPS (VLAN Management Policy Server) wijst computers toe op basis van MAC-adres, onafhankelijk van fysieke poort.
  • Dynamische VLAN's voorkomen herconfiguratie bij verplaatsing van toestellen.

Test je kennis!

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

5.6.2 VPN

5.6.2 VPN

Definitie en soorten

  • Een VPN (Virtual Private Network) is een beveiligde verbinding tussen computers in verschillende lokale netwerken via een publiek netwerk (meestal internet).
  • Computers kunnen communiceren alsof zij deel uitmaken van hetzelfde netwerk.
  • Remote-access VPN: thuiswerkende gebruikers verbinden met het bedrijfsnetwerk voor toegang tot mappen, toepassingen en netwerkbronnen.
  • Site-to-site VPN (intranet VPN): verbindt lokale netwerken van verschillende bedrijfsvestigingen via internet, elimineert dure huurlijnen tussen vestigingen.
  • Extranet VPN: verbinding tussen netwerken van verschillende bedrijven (bijv. bedrijf en belangrijkste afnemers).

VPN-server, VPN-client en installatie

  • Een VPN-server is software die VPN-omgeving opzet; meestal ingebouwd in serverbesturingssystemen, professionele routers en firewalls.
  • Een VPN-client is nodig op de computer om verbinding met VPN-server te maken; moderne besturingssystemen (Windows, MacOS) hebben deze standaard ingebouwd.
  • Ook mobiele apps voor smartphones maken VPN-verbindingen mogelijk.

Tunneling en encryptie

  • Tunneling is het inkapselingproces: netwerkpakketjes voor het lokale netwerk worden verpakt in nieuwe internetpakketjes met extra header en footer.
  • Pakketten worden geëncrypteerd zodat onderschepte gegevens niet ontcijferd kunnen worden.
  • Een VPN-terminator (router met tunneling-mogelijkheid) voert het inkapselings- en encryptieproces uit.
  • Firewalls beschermen tegen ongeautoriseerde toegang via de VPN-tunnel naar het lokale netwerk.
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
VPNs Explained

Publieke VPN-diensten

  • Publieke VPN-diensten stellen gebruikers in staat relatief veilig te surfen op openbare netwerken.
  • Verbergen het werkelijke IP-adres voor de bestemmeling; helpen geografische blokkades of internetprovider-beperkingen te omzeilen.
  • VPN-software wordt op de computer geïnstalleerd (geen apart apparaat nodig).
  • Deze diensten zijn betalend; kosten komen bovenop internetabonnement.

Test je kennis!

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken
  • Maak de opdracht over botnet "KimWolf"
🧠
  • Korte definities van veelvoorkomende bedreigingen: hacker/cracker, exploit, DOS/DDOS en botnets, man‑in‑the‑middle, phishing/pharming en social engineering.
  • Werking van IP‑adressen, poortnummers en sockets; open poorten vormen een aanvalsvlak — detecteerbaar met netstat en poortscanners.
  • Werking en doel van firewalls, packet/IP/web/applicatie‑filtering, ACL's, DMZ's en proxyservers; basisconfiguratie zoals in‑/uitgaand beleid en logging.
  • Beveiligingsmaatregelen voor draadloze netwerken: WEP (onveilig), WPA/WPA2/WPA3 (WPA3 prefereren), WPS‑risico's, SSID‑beheer, MAC‑filtering beperkingen en sterke NAP‑wachtwoorden.
  • Principes van identificatie, authenticatie en autorisatie; voorbeelden en beleid: wachtwoordbeleid, 2FA/MFA, smartcards en biometrie; rechten op groepsniveau.
  • VPN‑concepten en tunneling: versleutelde inkapseling van pakketten; types: remote‑access, site‑to‑site en publieke/extranet VPN‑diensten; rol van VPN‑server/client en firewall.
  • Praktische mitigaties en beleidsmaatregelen: netwerksegmentatie (VLAN), logging en monitoring, updates/backups, ethisch hacken (responsible disclosure) en bewustwording tegen social engineering.