Lespakket 10 - Servers

🎯
  • De leerlingen kunnen het concept van client/server-verwerking uitleggen en verschillende serverarchitecturen (2-tier, 3-tier, multitier) onderscheiden.
  • De leerlingen kunnen de belangrijkste kenmerken en hardware-eisen van servers benoemen en het verschil uitleggen tussen dedicated, non-dedicated, tower, rack en blade servers.
  • De leerlingen kunnen verschillende serverdiensten (zoals DHCP, domeincontroller, fileserver, mailserver, printserver, application server en webserver) herkennen en hun functie toelichten.
  • De leerlingen kunnen het belang van redundantie, betrouwbaarheid en beschikbaarheid bij servers verklaren.
  • De leerlingen kunnen het proces van dynamisch en statisch adresseren in een netwerk beschrijven, inclusief het gebruik van DHCP en SLAAC.
  • De leerlingen kunnen de werking van domeinen, gebruikersrechten en policies binnen een netwerk uitleggen.
  • De leerlingen kunnen het verschil tussen een klassiek besturingssysteem en een netwerkbesturingssysteem (NOS) aangeven en voorbeelden geven.
📖
  • Zie boek pag. 77-94

4.1 Client/server-verwerking

Wat is client/server-verwerking?

QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Wat is een server? (8:39 - 1.2x playback)

Architecturen: 2-tier, 3-tier en multitier

  • In een 2-tier architectuur verzorgt de client de invoer/uitvoer, de server het gegevensbeheer en verwerking kan verdeeld zijn.
  • Een 3-tier architectuur voegt een aparte toepassingsserver toe voor verwerking, wat efficiëntie en veiligheid verhoogt.
  • Multitier architecturen splitsen verwerking en gegevensbeheer over meerdere gespecialiseerde servers.
  • Een data warehouse slaat grote hoeveelheden gegevens op; een kleinere fileserver kan veelgevraagde data verdelen.
  • Clusters of server farms bestaan uit meerdere servers die samenwerken als één geheel voor optimale beschikbaarheid en betrouwbaarheid.
  • Redundante servers binnen een cluster verhogen de continuïteit van diensten.
    2-tier vs 3-tier
    2-tier vs 3-tier
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
n-tier architecture (3:19)

Gegevensverkeer: datadistributie en datacollectie

  • Datadistributie: een server stuurt gegevens naar één of meerdere clients (bv. software-installaties of updates).
  • Datacollectie: een server verzamelt gegevens van clients, vaak gebruikt voor meetgegevens of centrale rapportage.
  • Bij datacollectie worden gegevens soms gebundeld en in één keer verzonden (bulkupdating), vooral bij back-ups.

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

4.2 Serverhardware

Kenmerken van serverhardware

  • Servers zijn ontworpen met redundante onderdelen (zoals voeding, ventilatoren, schijfstations) zodat een defect niet direct tot uitval leidt.
  • Veel onderdelen zijn hot-swappable: ze kunnen snel vervangen worden zonder de server uit te schakelen of te openen.
  • Beschikbaarheid wordt uitgedrukt in procenten; een score van 99,999% betekent slechts enkele minuten downtime per jaar.
  • Servers met minder dan 99% beschikbaarheid zijn onbetrouwbaar en kunnen meer dan 80 uur per jaar uitvallen.
  • (Beeldtip: Grafiek of schema van serverbeschikbaarheid en downtime)

Processor, opslag en geheugen

  • Servers beschikken over krachtige processoren, vaak meerdere per toestel, met grote cachegeheugens.
  • RAID-technologie koppelt meerdere schijven voor snellere toegang, flexibele opslag en hogere betrouwbaarheid.
  • Servergeheugen bevat ECC-geheugen (error correction code) voor foutcontrole, waardoor processen stabieler draaien.
  • Mirroring schrijft gegevens naar twee geheugenbanken; bij een fout blijft de server werken met de andere bank.
  • (Beeldtip: Schema van RAID-opstelling en ECC-geheugen)

Servervormen

  • Tower servers lijken op desktopcomputers, maar zijn groter en bieden ruimte voor extra schijven en een groter moederbord.
  • Rack servers zijn ontworpen voor montage in standaard racks, waardoor bekabeling en samenwerking met andere apparatuur efficiënt verlopen.
  • Blade servers zijn compacte moederborden met essentiële onderdelen, ingebouwd in een blade enclosure/chassis voor stroom, koeling en I/O.
  • Een blade system bestaat uit meerdere blade servers in één enclosure, ontworpen voor samenwerking en gedeelde capaciteit.
Tower server
Tower server
Rack
Rack
Rackserver
Rackserver
Blade server
Blade server

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

4.3 Serverdiensten

  • Wanneer een computer in een netwerk een dienst levert aan andere computers spreken we van een serverdienst; er bestaan er honderden, maar hier behandelen we de meest universele.
  • Eenzelfde machine kan meerdere serverdiensten aanbieden; bij eenvoudige diensten (bv. printserver) volstaat vaak een gewoon besturingssysteem, voor complexe of kritische diensten is een netwerkbesturingssysteem (NOS) vereist.
  • Servers zijn kritische systemen: bij storing valt minstens een deel van de netwerkfuncties weg, dus netwerkbeheerders moeten snel de oorzaak kunnen achterhalen.
  • Alle serveractiviteiten worden gelogd in server logs; deze logs (speciale databanken) helpen bij foutanalyse en het vinden van oorzaken.
  • Om uitval te beperken worden diensten vaak redundant aangeboden: dezelfde dienst draait op meerdere machines zodat bij defect een andere server de dienst overneemt.
  • Wanneer meerdere servers dezelfde dienst leveren, is synchronisatie van de gegevens essentieel om inconsistenties te vermijden (bv. bestanden, accounts, configuratie).

4.3.1 DHCP-server

Statisch vs dynamisch adresseren

  • Computers in een netwerk gebruiken IP-adressen; bij statisch adresseren worden IP-adres, subnetmasker en standaardgateway handmatig ingesteld.
  • Statisch adresseren zorgt ervoor dat een toestel altijd hetzelfde IP-adres heeft (geschikt voor servers, switches, routers).

Voordelen van dynamisch adresseren

  • IP-adressen worden automatisch toegewezen door een DHCP-server, waardoor beheer minder handwerk vereist.
  • Eenvoudiger toevoegen of vervangen van netwerkapparaten; mobiele apparaten wisselen moeiteloos van netwerk.
  • Minder kans op IP-conflicten doordat adresuitgifte centraal bestuurd wordt.
  • Mogelijkheid om meer aangesloten apparaten te ondersteunen dan aantal beschikbare adressen omdat niet alle apparaten tegelijk actief zijn.

DHCP: werking in het kort

QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
DHCP uitgelegd stap voor stap

Leases en reserveringen

Praktische richtlijnen

  • Ken statische adressen toe aan kritieke netwerkcomponenten (servers, routers, switches) en houd daarvan een lijst bij om conflicten te vermijden.
  • Stel het dynamische bereik zodanig in dat er voldoende adressen overblijven voor statische toewijzingen.
  • Gebruik reserveringen voor apparaten die altijd bereikbaar moeten zijn, maar centraal beheerd moeten blijven.

IPv6: SLAAC en DHCPv6

  • In IPv6 wordt vaak het interface-id afgeleid van het MAC-adres; SLAAC (Stateless Address Autoconfiguration) kan automatisch een adres genereren.
  • SLAAC-proces: genereer link-local (FE80...) op basis van MAC, controleer uniciteit via Neighbor Discovery (ND), verkrijg netwerkprefix via Router Advertisement of Router Solicitation, en vorm daarna het global address.
  • DHCPv6 bestaat als alternatief/aanvulling voor het dynamisch verkrijgen van netwerkprefixes of aanvullende instellingen.
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
IPv6 auto configuration 12:21

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

4.3.2 Domeincontroller

Wat is een domeincontroller?

  • Beheerder van een domein: centrale server die accounts, computers en toegangsrechten beheert.
  • Houdt lijsten bij van gebruikers en vertrouwde computers binnen het domein.
  • Zorgt voor centrale aanmelding (authenticatie) en autorisatie binnen het netwerk.
  • Policies (regels) die beheerder opstelt, worden centraal toegepast en gecontroleerd.
  • Het is Microsoft technologie, maar kan ook gebruikt worden op Linux (via Samba)

Groepen, nesting en effectieve rechten

  • Een gebruiker heeft toegang via directe rechten en via alle groepen en subgroepen waarvan hij lid is.
  • Nested groepen vereenvoudigen centraal beheer maar maken effectieve rechten complexer.
  • Effectieve rechten bepalen welke actie een gebruiker écht mag uitvoeren (controleer regelmatig).
  • Synchronisatie en consistente naamgeving van groepen voorkomt fouten en verwarring.
Windows server active directory management
Windows server active directory management

Domeinnamen en DNS

  • Domeinen krijgen een naam; een DNS-server verzorgt de naamresolutie binnen het netwerk.
  • Lokale domeinnaam mag niet exact overeenkomen met een publieke domeinnaam om conflicten te vermijden.

Praktische richtlijnen voor beheerders

  • Gebruik groepen voor rechtenbeheer; ken gebruikers alleen de minimaal nodige rechten toe (least privilege).
  • Documenteer OU-structuur, groepsleden en toegewezen rechten.
  • Geef domeincontrollers een vast IP-adres en configureer redundante DNS/Domeincontrollers.
  • Maak regelmatig back-ups van directorydata en test herstelprocedures.
  • Monitor serverlogs en controleer wijzigingen in policies en groepslidmaatschappen.
QR Code
Scan deze qr-code om de video te bekijken
Active directory (tot 2:19)

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

4.3.3 Fileserver (bestandsserver)

Wat is een fileserver?

  • Bewaart bestanden die door meerdere gebruikers gelijktijdig geopend en bewerkt kunnen worden.
  • In kleine netwerken kan elk werkstation als fileserver dienen; in grotere omgevingen wordt vaak een speciale, krachtige server gebruikt.
  • Vereist grote opslagcapaciteit en meestal meerdere schijven die via RAID samenwerken voor prestaties en betrouwbaarheid.

NAS en datacenters

  • NAS: netwerkgebonden opslagapparaten die eenvoudig te integreren zijn en geschikt voor thuis en kleine bedrijven.
  • Datacenters bieden gehuurde opslag met hoge fysieke beveiliging, redundantie en continue beschikbaarheid.
  • Datacenters gebruiken klimaatbeheersing, noodstroom en redundante systemen om dataverlies te minimaliseren.
  • Milieuoverwegingen: datacenters verbruiken veel energie; locatiekeuze, hernieuwbare energie en warmteterugwinning verminderen impact.
NAS
NAS
Datacenter
Datacenter

Back-up servers

  • Back-up servers slaan kopieën van data op; back-ups verlopen vaak geautomatiseerd en regelmatig.
  • Incrementiële back-ups schrijven alleen gewijzigde bestanden sinds de laatste back-up om ruimte en tijd te besparen. (in tegenstelling tot full-backups)
  • Cold server: back-up geplaatst en verder uitgeschakeld totdat nodig (offline opslag).
  • Warm server: ontvangt regelmatig back-ups maar wordt tussen back-ups uitgeschakeld.
  • Hot server: continu actief en neemt bij uitval meteen de taken over (hoogste beschikbaarheid).

Andere gespecialiseerde fileservers

  • Database servers bewaren databanken en hosten doorgaans enkel het back-end gedeelte van de database.
  • Specifieke roles (bv. archiefserver, mediabibliotheek) optimaliseren opslag- en toegangspatronen voor bepaalde workloads.
  • Synchronisatie tussen meerdere fileservers voorkomt inconsistenties bij redundante opstellingen.

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken
(2 foutjes gevonden)

4.3.4 Mailserver

Wat is een mailserver?

  • Verzamelt en bewaart elektronische berichten voor alle gebruikers tot ze worden opgehaald.
  • De servertoepassing die berichten verzendt/ontvangt heet MTA (Mail Transfer Agent).
  • Gebruikers communiceren via een lokale applicatie (MUA — Mail User Agent) om berichten te lezen en te verzenden.

Opbouw van een MTA

  • Een MTA bestaat doorgaans uit een MSA (Mail Submission Agent) voor verzenden naar andere servers.
  • Een MDA (Mail Delivery Agent) levert ontvangen berichten af aan gebruikerspostvakken.
  • In de praktijk zijn MSA en MDA vaak geïntegreerd in één serverapplicatie.

Routering en headers

  • Bij verzending controleert de MTA of de ontvanger lokaal is; anders wordt het bericht doorgestuurd naar de volgende MTA.
  • Elke tussenliggende MTA voegt een Received-header toe, waardoor de route van zender naar ontvanger traceerbaar is.
  • Dit header-trail helpt bij foutanalyse en het opsporen van vertragingen of misroutes.

Beveiliging en filtering

  • Internetproviders plaatsen vaak spamfilters en antivirusscanners op de mailserver om bedreigingen te blokkeren.
  • Deze basisbescherming reduceert risico maar is nooit volledig waterdicht.
  • Aanvullende maatregelen: authenticatie en anti-spoofing (SPF, DKIM, DMARC) en versleuteling (TLS).

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

4.3.5 Printserver

Wat is een printserver?

  • Verzamelt afdrukopdrachten in een wachtrij, ordent ze en stuurt ze naar de printer.
  • Zorgt voor beheer van volgorde, prioriteit en eventuele foutafhandeling bij afdrukken.
  • Een printer met netwerkaansluiting heeft vaak een ingebouwde printserver en werkt zelfstandig op het netwerk.

Soorten printservers en configuraties

  • Netwerkprinter: printer met ingebouwde printserver (ethernet of wifi) — geen aparte computer nodig.
  • Gedeelde printer: lokaal aangesloten op een werkstation dat printdiensten deelt via het besturingssysteem.
  • Externe printserver: apart apparaat dat een niet‑netwerkprinter netwerkfunctionaliteit geeft (LAN/wifi + USB/parallel).
  • Elke computer kan fungeren als printserver; hiervoor is geen speciaal servertoestel vereist.

Opdracht
We proberen samen een map van onze eigen computer te delen met elkaar.

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken
2 foutjes ...

4.3.6 Application server (toepassingsserver)

Functie van een application server

Thin client-model: voordelen

  • Eenvoudiger beheer: updates en patches enkel op de server installeren.
  • Verminderd risico op malware op clients doordat software centraal beheerd wordt.
  • Lagere aanschaf- en energiekosten voor thin clients vergeleken met volwaardige werkstations.
  • Grotere levensduur en minder onderhoud van thin clients; lagere impact bij diefstal.

Vereisten en nadelen

  • Hoge eisen aan de application server: betere CPU, meer geheugen en I/O naarmate aantal clients groeit.
  • Betrouwbaar en snel netwerk is cruciaal; netwerkproblemen beïnvloeden alle gebruikers.
  • Licenties: vaak zijn er ook licenties vereist per client of per gebruiker, niet enkel voor de server.
  • Thin clients hebben beperkte grafische en multimediacapaciteit.

Thin client-apparaten en besturingssystemen

  • Thin clients kunnen oude pc’s zijn, speciale thin-client hardware of single-board computers (bv. Raspberry Pi).
  • Kenmerken: weinig of geen lokale opslag, beperkte aansluitingen en een lichtgewicht OS (bijv. embedded Windows of Linux-gebaseerde Thin OS).

Test jezelf

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

4.3.7 Webserver (informatieserver)

Wat doet een webserver?

  • Levert via HTTP gevraagde documenten (HTML, tekst, afbeeldingen, multimedia) aan browsers.
  • Behandelt inkomende verzoeken en stuurt geschikte responses terug (statuscodes, headers, content).
  • Ondersteunt configuratie voor virtuele hosts zodat meerdere websites op één machine kunnen draaien.
  • Kan extra services bieden (logs, TLS/SSL-terminatie, compressie, caching).
Request/response cyclus
Request/response cyclus

Soorten webservers

  • In-kernel webserver: geïntegreerd in het besturingssysteem, vaak dedicated en zeer performant.
  • User‑mode webserver: draait als toepassing op een algemeen systeem dat ook andere taken kan uitvoeren; meestal minder performant.
  • Dedicated servers gebruiken de volledige hardware voor de webdienst; shared systemen delen resources.

HTTP en content

  • Webservers accepteren verzoeken via HTTP/HTTPS en sturen bestanden of gegenereerde pagina's terug.
  • Content kan statisch zijn (HTML, afbeeldingen) of dynamisch gegenereerd door server-side applicaties.
  • Headers en MIME-types bepalen hoe de client de ontvangen data interpreteert.
Voorbeeld HTTP-request/response met headersmage
Voorbeeld HTTP-request/response met headersmage

Uploaden en beheer (webmaster)

  • Webmasters uploaden sitebestanden meestal via FTP/SFTP of speciale deployment-tools naar de webroot.
  • Op de server draait vaak een FTP-server die uploads in de juiste map plaatst en toegang restricties afdwingt.
  • Toegangscontrole moet voorkomen dat een webmaster per ongeluk of kwaadaardig andere sites op dezelfde server bereikt.

Beveiliging en risico's

  • Uploadmechanismen en bestandspermissies zijn kritieke punten voor beveiliging; slecht beheer leidt tot defacing of datalekken.
  • Hardenen: up-to-date software, minimaal benodigde rechten, isolatie (chroots/containers) en monitoring van logs.
  • Bescherming tegen veelvoorkomende aanvallen: inputvalidatie, TLS, WAF, regelmatige backups en hersteltests.

Ingebouwde webservers in netwerkapparaten

  • Sommige switches, printers en netwerkapparaten bevatten een ingebouwde webinterface voor configuratie, niet voor publieke content.
  • Deze interfaces vereisen sterke authenticatie en netwerktoegangsbeperking om misbruik te voorkomen.
Screenshot van configuratiepagina van een netwerkdevice
Screenshot van configuratiepagina van een netwerkdevice

Webhosting, shared hosting en VPS

  • Shared hosting: meerdere klanten delen één fysieke server en dezelfde resources; populaire sites kunnen de prestaties van anderen beïnvloeden.
  • VPS (Virtual Private Server): geïsoleerde virtuele servers met gereserveerde CPU/GEHEUGEN, biedt meer vrijheid en stabiliteit per klant.
  • VPS-technieken worden ook gebruikt voor andere serverdiensten om resources te isoleren en beheersbaarheid te vergroten.

Test jezelf!

QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken

4.4 Netwerkbesturingssystemen

  • Sommige serverdiensten kunnen binnen een klassiek besturingssysteem worden geconfigureerd.

    • Van eender welke netwerkcomputer kan je een fileserver of een printserver maken.
  • Voor andere serverdiensten (bv. DHCP-server of domeincontroller) heb je een specifiek netwerkbesturingssysteem (NOS) nodig.

  • Belangrijke serverdiensten maken vaak integraal deel uit van het netwerkbesturingssysteem; diensten kunnen ook als applicatie bovenop een NOS geïnstalleerd worden.

  • Er bestaan twee soorten netwerkbesturingssystemen:

    • Algemeen NOS
      • Wordt geïnstalleerd op een computersysteem en is los aanschafbaar.
      • Beschikt vaak over een grafische interface die lijkt op die van een gebruikerscomputer.
      • Voorbeelden: Windows Server, macOS Server, diverse Linux- en Unix-gebaseerde NOS.
    • Embedded NOS
      • Software ingebouwd in netwerkapparaten (bv. netwerkprinter, switch, router).
      • Wordt door of in opdracht van de fabrikant geleverd en niet afzonderlijk verkocht.
      • Meestal geen geïntegreerde grafische interface; beheer gebeurt vaak via een webinterface.
  • Verschillen tussen NOS en gewone besturingssystemen:

    • Speciaal ontworpen voor serverdiensten.
    • Doorgaans stabieler en met meer doorgedreven beveiligingsmogelijkheden.
    • Gericht op complexere/hogere beschikbaarheidshardware.
    • Niet noodzakelijkerwijs een grafische interface aanwezig.
    • Volgen vaak een andere licentiepolitiek (commerciële NOS kunnen speciale regels hanteren, bv. licenties op basis van aantal processoren i.p.v. aantal gebruikers).
QR Code
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken
🧠
  • Het client/server-model beschrijft hoe clients diensten aanvragen bij servers; serverarchitecturen zoals 2-tier, 3-tier en multitier verdelen taken over meerdere lagen voor efficiëntie en veiligheid.
  • Servers onderscheiden zich van gewone computers door redundante, snel vervangbare hardware, krachtige processoren, ECC-geheugen en verschillende vormen zoals tower, rack en blade servers.
  • Serverdiensten omvatten o.a. DHCP, domeincontroller, fileserver, mailserver, printserver, application server en webserver, elk met een specifieke functie binnen het netwerk.
  • Redundantie, betrouwbaarheid en beschikbaarheid zijn cruciaal bij servers; redundante systemen en clustering verhogen de continuïteit van diensten.
  • Dynamisch adresseren (met DHCP of SLAAC) wijst automatisch IP-adressen toe, terwijl statisch adresseren handmatig gebeurt; beide methoden hebben specifieke toepassingen en voordelen.
  • Domeinen structureren gebruikers, rechten en policies binnen een netwerk; domeincontrollers beheren deze indeling en zorgen voor centrale toegangscontrole.
  • Netwerkbesturingssystemen (NOS) zijn speciaal ontworpen voor serverdiensten, bieden meer stabiliteit en beveiliging dan klassieke besturingssystemen, en bestaan in algemene en embedded varianten.