- De leerlingen kunnen het verschil uitleggen tussen analoge en digitale signalen en voorbeelden geven van beide.
- De leerlingen kunnen het begrip modulatie toelichten, de verschillende modulatietechnieken (amplitude-, frequentie- en fasemodulatie) herkennen en hun geschiktheid voor datacommunicatie beoordelen.
- De leerlingen kunnen het verschil tussen seriële en parallelle gegevensoverdracht beschrijven en de voor- en nadelen van beide methoden benoemen.
- De leerlingen kunnen uitleggen wat asynchrone en synchrone seriële gegevensoverdracht inhouden en het belang van communicatieprotocollen aangeven.
- De leerlingen kunnen de begrippen transmissiesnelheid, bits per seconde (bps), baud rate en bandbreedte definiëren en het verschil ertussen uitleggen.
- De leerlingen kunnen aangeven hoe de capaciteit van een transmissiemedium wordt bepaald (baseband vs. breedband) en wat een transmissie-bottleneck is.
- Zie boek pag. 20 - 25
Van analoog naar binair
Vraag
Jullie kunnen allemaal bepaalde dingen doen bewegen die 100 meter verder staan, zonder van je plaats te gaan.
Welke?
- Over korte afstand kunnen digitale signalen zonder omzetting verzonden worden. We denken hierbij aan bussen in computers, seriële poorten, ...
- Over lange afstand worden digitale signalen te veel vervormd. Dit kunnen we tegengaan door digitale signalen op een speciale manier om te zetten in analoge signalen.
Scan deze qr-code om de video te bekijken
- Moduleren/demoduleren
- Het omzetten van digitale naar analoge signalen heet moduleren; het omgekeerde heet demoduleren.
- Een modem voert modulatie en demodulatie uit; de naam is afgeleid van deze begrippen.
- Amplitude-modulatie: een grote amplitude betekent een 1, een kleine amplitude een 0; deze techniek veroorzaakt veel vervorming en is weinig geschikt voor datatransmissie.
- Frequentie-modulatie: gebruikt bij FM-radio; levert weinig vervorming op, maar de afstand is beperkt; niet ideaal voor datacommunicatie.
- Fase-modulatie: de oriëntatie van de fase bepaalt de waarde (opwaarts = 1, neerwaarts = 0); deze techniek is het meest geschikt voor datacommunicatie door minder vervorming en duidelijke onderscheid tussen 1 en 0.
Test jezelf
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken
Transmissietypes
- Parallelle gegevensoverdracht
- Meerdere bits worden gelijktijdig over meerdere draden verzonden.
- Aan de zenderkant worden de bits klaargezet en via een request-signaal (REO) aan de ontvanger gemeld.
- De ontvanger stuurt een acknowledge-signaal (ACK) terug als bevestiging; dit is het handshake-mechanisme.
- Voor elke bit is een aparte draad nodig, plus extra draden voor besturingssignalen.
- Parallelle overdracht was vroeger sneller, maar moderne seriële verbindingen zijn nu efficiënter en eenvoudiger qua bekabeling.
-
Seriële gegevensoverdracht
- Bits worden één voor één over één enkele lijn verzonden.
- Aan elk teken worden start-, stop- en pariteitsbits toegevoegd om het begin, einde en de juistheid van het teken te bepalen.
- Zender en ontvanger moeten vooraf afspreken hoeveel bits één teken telt en de overdrachtsnelheid op elkaar afstemmen.
- Asynchrone seriële overdracht is inefficiënt door veel overhead en synchronisatieproblemen; elk teken krijgt aparte controlebits.
- Synchrone seriële overdracht verstuurt grotere blokken met minder overhead en gebruikt een kloksignaal voor synchronisatie; dit is betrouwbaarder en wordt in netwerken toegepast.
-
Methodes om het einde van een bericht te bepalen
- Time-out methode: als er gedurende een bepaalde tijd geen data wordt ontvangen, wordt het bericht als beëindigd beschouwd; weinig betrouwbaar.
- Byte-count methode: het aantal bytes van het bericht wordt vooraf doorgegeven; storingsgevoelig.
- End-of-message-teken methode: een afgesproken bitcode markeert het einde van het bericht; meest betrouwbaar, zeker in combinatie met pariteitscontrole.
-
Communicatieprotocollen
- Leggen afspraken vast over het begin en einde van berichten, synchronisatie en foutcontrole.
- Standaarden zorgen ervoor dat computers wereldwijd probleemloos kunnen communiceren.
- Voor elke netwerkdienst bestaat een specifiek protocol.
-
Moderne ontwikkelingen
- Seriële verbindingen zijn tegenwoordig sneller en eenvoudiger dan parallelle verbindingen.
- Alle externe verbindingen (USB, HDMI, netwerken) zijn nu serieel vanwege de voordelen in snelheid en bekabeling.
Test jezelf
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken
Transmissiesnelheden
-
Transmissiesnelheid
- Wordt uitgedrukt in bits per seconde (bps); snelle verbindingen in Kbit/s, Mbit/s of Gbit/s.
- 1 Kbit/s = 1000 bits per seconde, 1 Mbit/s = 1.000.000 bits per seconde (niet gebaseerd op het binaire stelsel).
- Afkortingen als Kbps worden soms foutief gebruikt voor kilobytes per seconde; om verwarring te voorkomen, gebruikt men Kbit/s, Mbit/s, Gbit/s.
- Baud rate: aantal signalen per seconde; vroeger gebruikt bij datacommunicatie. Als elk signaal één bit is, zijn baud rate en bps gelijk. Bij meerdere bits per signaal is bps hoger dan baud rate.
- In computernetwerken is baud meestal gelijk aan bps, omdat de overdracht serieel gebeurt.
- Baud rate is een verouderde eenheid, genoemd naar Jean-Maurice-Emile Baudot.
-
Bandbreedte
- Het verschil tussen de hoogste en laagste frequentie op een transmissiemedium; uitgedrukt in Hz, KHz of MHz.
- Grotere bandbreedte betekent potentieel hogere gegevenssnelheid.
- Bandbreedte wordt soms foutief uitgedrukt in bps; de daadwerkelijke doorvoersnelheid kan lager zijn dan de maximale bandbreedte.
-
Transmissie-bottleneck
- De traagste schakel in een verbinding bepaalt de maximale snelheid van de hele verbinding.
-
Capaciteit van transmissiemedium
- Baseband: volledige bandbreedte voor één verbinding.
- Breedband (broadband): bandbreedte gedeeld door meerdere verbindingen.
- Lokale netwerken werken meestal in baseband; internetverbindingen vaak in breedband.
-
Modemstandaarden
- Klassieke modems gebruikten V-standaarden (V.21, V.22, V.32, V.90, V.92) ontwikkeld door CCITT.
- Snelheden varieerden van 300 bps tot 56,6 Kbit/s (56K-modems).
Test jezelf
Scan deze qr-code om de inhoud te bekijken
- Het verschil tussen analoge en digitale signalen: analoge signalen zijn continu en kunnen oneindig veel waarden aannemen, terwijl digitale signalen slechts een beperkt aantal discrete waarden hebben (meestal 0 en 1).
- Modulatie is het omzetten van digitale signalen naar analoge signalen (en omgekeerd: demodulatie); amplitude-, frequentie- en fasemodulatie zijn verschillende technieken, waarbij fasemodulatie het meest geschikt is voor datacommunicatie.
- Seriële gegevensoverdracht verstuurt bits één voor één over één lijn, terwijl parallelle overdracht meerdere bits tegelijk over meerdere draden stuurt; seriële overdracht is tegenwoordig sneller en eenvoudiger qua bekabeling.
- Asynchrone seriële overdracht voegt start-, stop- en pariteitsbits toe aan elk teken en is minder efficiënt; synchrone overdracht verstuurt grotere blokken met minder overhead en gebruikt een kloksignaal voor synchronisatie; communicatieprotocollen leggen afspraken vast voor betrouwbare gegevensoverdracht.
- Transmissiesnelheid wordt uitgedrukt in bits per seconde (bps); baud rate geeft het aantal signalen per seconde aan; bandbreedte is het frequentiebereik van het transmissiemedium en bepaalt mede de maximale snelheid.
- De capaciteit van een transmissiemedium wordt bepaald door baseband (volledige bandbreedte voor één verbinding) of breedband (bandbreedte gedeeld door meerdere verbindingen); de traagste schakel bepaalt de bottleneck van de verbinding.



