Lespakket 3 - Werken met de Linux Command Line (CLI)

🎯
  • Je gebruikt navigatiecommando's zoals pwd, cd en ls om je in het Linux-bestandssysteem te verplaatsen.
  • Je beheert bestanden en mappen met mkdir, touch, cp, mv, rm en rmdir.
  • Je past bestandsrechten correct toe met chmod en het ugo-systeem.
  • Je voert systeembewaking uit met top en kill.
  • Je gebruikt beheercommando's zoals sudo en shutdown op een veilige manier.
📖
  • Zie cursus pag 9-15

In dit hoofdstuk leer je de belangrijkste commando's om het Linux-systeem effectief te beheren. We maken gebruik van de bash shell in de Terminology terminal.

Een snapshot van je Virtuele Machine (VM) maken

Deel 1: Navigatie en Locatie

Voordat je bestanden kunt beheren, moet je weten waar je bent en hoe je je verplaatst door de mappenstructuur.

Belangrijke commando's:

  • pwd (Print Working Directory): Toont het volledige pad van de map waar je nu bent.
  • cd (Change Directory): Wissel van map.
    • cd /: Ga naar de systeem-root.
    • cd ~: Ga naar je persoonlijke thuismap (home).
    • cd ..: Ga één niveau omhoog in de mappenstructuur.
  • ls (List): Toont de inhoud van een map.
    • ls -l: Toont uitgebreide info (rechten, grootte, datum).
    • ls -a: Toont ook verborgen bestanden (bestanden die beginnen met een punt).

Doe-opdracht 3.1: Waar ben ik?

  1. Open de terminal (Terminology).
  2. Typ pwd en druk op Enter. Noteer wat er verschijnt.
  3. Navigeer naar de hoofdmap van het systeem met het commando cd /.
  4. Typ ls -l. Zie je de mappen zoals etc, bin en var?
  5. Opdrachtenblad: Neem een screenshot van je terminalvenster waarin de inhoud van de / map zichtbaar is.

Deel 2: Bestanden en mappen beheren

Nu je kunt navigeren, gaan we leren hoe je de structuur naar je hand zet door mappen en bestanden aan te maken, te verplaatsen of te verwijderen.

Belangrijke commando's:

  • mkdir: Maakt een nieuwe map aan. Gebruik de optie -p om direct een heel pad (submappen) aan te maken.
  • touch: Maakt een nieuw, leeg bestand aan.
  • cp (Copy): Kopieert een bestand of map (cp bron doel).
  • mv (Move): Verplaatst een bestand OF hernoemt een bestand.
  • rm (Remove): Verwijdert een bestand. Let op: weg is weg!
  • rmdir: Verwijdert een lege map. Gebruik rm -r voor mappen met inhoud.

Doe-opdracht 3.2: De mappenstructuur opbouwen

  1. Zorg dat je in je thuismap bent (cd ~).
  2. Maak de volgende mappenstructuur in één keer aan: project/documenten/backup met het commando: mkdir -p oject/documenten/backup.
  3. Ga naar de map documenten en maak daar een leeg bestand aan genaamd verslag.txt met het touch commando.
  4. Opdrachtenblad: Welk commando gebruik je om dit bestand nu te hernoemen naar verslag_v1.txt?

Deel 3: Bestandsrechten aanpassen (chmod)

Linux is een multi-user systeem. Daarom is het cruciaal om te bepalen wie wat mag doen. We gebruiken hiervoor het ugo-systeem (User, Group, Others).

De numerieke waarden:

  • 4: Lezen (Read - r)
  • 2: Schrijven (Write - w)
  • 1: Uitvoeren (Execute - x)

Je telt deze waarden op voor elk niveau. Bijvoorbeeld: 7 (4+2+1) betekent alle rechten.

Doe-opdracht 3.3: Word de baas over je bestanden

  1. Maak in je thuismap een bestand aan genaamd geheim.txt.
  2. Zorg dat jijzelf (de user) alles mag, de groep alleen mag lezen, en de rest van de wereld (others) helemaal niets mag.
  3. Opdrachtenblad: Welk numeriek commando (chmod ...) heb je hiervoor gebruikt? Controleer je resultaat met ls -l geheim.txt.

Deel 4: Inhoud bekijken en Systeembeheer

Als systeembeheerder moet je bestanden kunnen inkijken en controleren of het systeem nog vlot draait.

Belangrijke commando's:

  • cat: Plakt de volledige inhoud van een bestand op je scherm.
  • less: Opent een bestand zodat je er doorheen kunt bladeren (handig voor grote logs). Druk op q om te stoppen.
  • head / tail: Toont de eerste of laatste 10 regels van een bestand.
  • top: Toont een live overzicht van actieve processen en het verbruik van CPU en geheugen.
  • kill: Beëindigt een proces via het proces-ID (PID). Gebruik kill -9 voor een geforceerde stop.
  • shutdown: Sluit het systeem af of herstart het op een gecontroleerde manier.

Doe-opdracht 3.4: Systeembewaking

  1. Typ het commando top. Kijk welk proces momenteel de meeste CPU verbruikt.
  2. Druk op q om het overzicht te verlaten.
  3. Opdrachtenblad: Stel dat een grafisch programma vastloopt. Welk commando gebruik je om dit proces geforceerd te stoppen als je het procesnummer (PID) kent?
🧠
  • Navigeren in Linux met pwd, cd en ls.
  • Bestanden en mappen aanmaken, verplaatsen en verwijderen met basiscommando's.
  • Bestandsrechten instellen met chmod en het ugo-principe toepassen.
  • Processen controleren en beheren met top, ps en kill.
  • Beheertaken veilig uitvoeren met sudo en shutdown.