Les 4 - Paginanummers, inhoudsopgave en titelblad

๐ŸŽฏ
  • De leerlingen kunnen uitleggen wat kop- en voetteksten zijn en hierin informatie (zoals een paginanummer) plaatsen.
  • De leerlingen kunnen een automatische inhoudsopgave genereren en bijwerken in Word.
  • De leerlingen kunnen de opmaak van de inhoudsopgave aanpassen aan de NBN-normen.
  • De leerlingen begrijpen het nut van secties in een groot document.
  • De leerlingen kunnen een document opdelen in secties om de paginanummering pas op een latere pagina te laten beginnen (bijv. na het voorblad).
๐Ÿ“–
  • Zie cursus pag. 23-26 (H5 & H6) en pag. 30-33 (H7)

Paginanummering en voetteksten

  • Om informatie snel terug te vinden in langere documenten gebruik je paginanummers.
  • Word voorziet speciale zones boven- en onderaan de pagina: de koptekst en de voettekst. Informatie die je hier plaatst, wordt op elke pagina herhaald.
  • Voor een professioneel document wil je vaak je naam en het paginanummer combineren.
Voettekst
Voettekst
  • Het paginanummer voeg je in door in de voettekst te klikken op Paginanummer > Huidige positie > Alleen nummer.

Een automatische inhoudsopgave

  • Als je document goed gestructureerd is met koppen (Kop1, Kop2, ...), kan Word automatisch een inhoudsopgave maken.
  • Zet je cursor op de plaats waar de inhoudsopgave moet komen (meestal vooraan of op een aparte pagina).
  • Ga in het lint naar Verwijzingen > Inhoudsopgave en kies een stijl.
Inhoudsopgave in lint
Inhoudsopgave in lint
  • Let op: De inhoudsopgave wordt niet vanzelf bijgewerkt tijdens het typen. Als je titels toevoegt of de paginanummers veranderen, moet je op Inhoudsopgave bijwerken klikken. Kies altijd voor In zijn geheel bijwerken.

Inhoudsopgave volgens NBN-normen

  • Volgens de norm moet er 1,5 cm ruimte zijn tussen het nummer en de tekst.
  • Dit pas je aan door de stijl InhOpg1 (en volgende) te wijzigen:
    1. Klik rechts op de stijl InhOpg1 en kies Wijzigen.
    2. Ga naar Opmaak > Tabs.
    3. Wis de standaard tab en stel een nieuwe tabpositie in op 1,5 cm (Links!)

Titelblad

  • Soms wil je dat de nummering niet op de eerste pagina begint (bijvoorbeeld bij een titelblad of woord vooraf).
  • Standaard past Word instellingen (zoals marges en voetteksten) toe op het hele document. Om dit te doorbreken, moet je het document opdelen in secties.
  • Je maakt een nieuwe sectie door op de pagina voor de nieuwe nummering te gaan staan en te kiezen voor Pagina-indeling > Eindemarkeringen > Sectie-einden > Volgende pagina.
Sectie-einden in lint
Sectie-einden in lint

Nummering aanpassen per sectie

  • Om de nummering in de nieuwe sectie opnieuw te laten beginnen, moet je de link met de vorige sectie verbreken.
  • Dubbelklik in de voettekst van je nieuwe sectie (Sectie 2).
  • Klik in het lint (onder Ontwerpen/Navigatie) op de knop Aan vorige koppelen om deze uit te schakelen. De melding Zelfde als vorige verdwijnt.
Aan vorige koppelen uitschakelen
Aan vorige koppelen uitschakelen
  • Nu zijn de voetteksten losgekoppeld. Je kan nu:
    1. De nummering in sectie 2 selecteren.
    2. Kiezen voor Paginanummer > Opmaak paginanummers.
    3. Instellen op Beginnen bij: 1.
    4. Teruggaan naar sectie 1 en daar het paginanummer verwijderen.

Opdracht

  • Maak een nieuw document met een voorblad en enkele pagina's tekst met koppen.
  • Voeg een automatische inhoudsopgave toe op pagina 2.
  • Zorg via sectie-einden dat de paginanummering pas begint op pagina 3 (na de inhoudsopgave) en dat deze start met nummer 1.
  • Zorg dat op het voorblad en de inhoudsopgave geen paginanummer zichtbaar is.
๐Ÿ“‹ Voorbeeldtekst voor document

Kopieer de onderstaande tekst naar je Word-document:


Om even terug te komen op mijn boek. Een tijdje geleden liep ik 's avonds door de Kalverstraat en bleef ik staan kijken bij de winkel van een kruidenier. Hij was bezig met het sorteren van een partijtje koffie โ€” Java, gewoon, mooi geel, Cheribon, iets gebroken met gruis. Dat interesseerde me enorm, want ik let altijd op alles.

Ineens viel mijn oog op een heer die naast mij voor een boekwinkel stond en me bekend voorkwam. Hij leek mij ook te herkennen, want onze blikken kruisten elkaar steeds. Ik moet eerlijk zeggen dat ik zo verdiept was in het koffiegruis, dat ik niet meteen zag wat me later pas opviel: hij zag er nogal armoedig uit. Anders had ik het erbij gelaten. Maar ineens schoot me te binnen dat hij misschien een vertegenwoordiger was van een Duits bedrijf die een betrouwbare makelaar zocht. Hij had ook wel iets van een Duitser, en ook wel iets van een reiziger. Hij was erg blond, had blauwe ogen, en zijn houding en kleding verraadden de vreemdeling. In plaats van een fatsoenlijke winterjas droeg hij een soort sjaal over zijn schouder โ€” Frits zegt 'shawl', maar dat doe ik niet โ€” alsof hij net van reis kwam.

Ik dacht een klant te zien en gaf hem een visitekaartje: Last & Co, makelaars in koffie, Lauriergracht 37. Hij hield het bij het licht van de gaslantaarn en zei: "Dank u, maar ik heb me vergist. Ik dacht het genoegen te hebben een oude schoolkameraad te zien, maar... Last? Dat is de naam niet."

"Pardon," zei ik โ€” want ik ben altijd beleefd โ€” "Ik ben meneer Droogstoppel, Batavus Droogstoppel. Last & Co is de firmanaam, makelaars in koffie, Lauriergracht..."

"Welja, Droogstoppel, ken je me niet meer? Kijk me eens goed aan."

Hoe langer ik hem aankeek, hoe meer ik me herinnerde hem eerder gezien te hebben. Maar het vreemde was: zijn gezicht riep bij mij de associatie op van vreemde parfums. Lach hier niet om, lezer, straks zul je snappen waarom. Ik weet zeker dat hij geen druppel parfum op had, en toch rook ik iets aangenaams, iets sterks, iets wat me deed denken aan... daar had ik het!

"Ben jij het," riep ik, "die mij van de Griek heeft verlost?"

"Zeker," zei hij, "dat was ik. En hoe gaat het met jou?"

Ik vertelde dat we met z'n dertienen op kantoor zaten en dat er bij ons ontzettend veel omging. En toen vroeg ik hoe het met hem ging. Daar had ik later spijt van, want hij leek krap bij kas te zitten. Ik houd niet van arme mensen, omdat dat meestal hun eigen schuld is; de Heer zou immers nooit iemand in de steek laten die Hem trouw gediend heeft. Had ik gewoon gezegd: "We zijn met z'n dertienen en... prettige avond verder!", dan was ik van hem af geweest. Maar door dat vragen en antwoorden werd het steeds moeilijker โ€” Frits zegt: hoe langer hoe moeilijker, maar dat doe ik niet โ€” steeds moeilijker dus, om van hem af te komen.

Aan de andere kant moet ik toegeven: anders had u dit boek niet te lezen gekregen, want het is een gevolg van die ontmoeting. Ik houd ervan om het goede te zien, en wie dat niet doet, is een ontevreden mens die ik niet mag.

Ja, ja, hij was het die mij uit de handen van de Griek had gered! Denk nu niet dat ik ooit door piraten gevangen ben genomen of ruzie heb gehad in het Midden-Oosten. Ik heb u al gezegd dat ik na mijn trouwen met mijn vrouw naar Den Haag ben gegaan. Daar hebben we het Mauritshuis gezien en flanel gekocht in de Veenestraat. Dat is het enige uitstapje dat mijn zaken me ooit hebben toegestaan, omdat het bij ons op de zaak zo druk is. Nee, in Amsterdam zelf had hij om mijnentwil een Griek een bloedneus geslagen. Want hij bemoeide zich altijd met dingen die hem niet aangingen.

Het was in '33 of '34, geloof ik, in september, want het was kermis in Amsterdam. Omdat mijn ouders van plan waren een dominee van mij te maken, leerde ik Latijn. Later heb ik me vaak afgevraagd waarom je Latijn moet kennen om in het Nederlands te kunnen zeggen: "God is goed." Maar goed, ik zat op de Latijnse school โ€” nu noemen ze dat gymnasium โ€” en er was kermis... in Amsterdam, bedoel ik. Op de Westermarkt stonden kramen. Als u Amsterdammer bent, lezer, en ongeveer van mijn leeftijd, herinnert u zich vast nog wel die ene kraam die opviel door de zwarte ogen en de lange vlechten van een meisje dat als Griekin gekleed ging. Ook haar vader was een Griek, of hij zag er tenminste uit als een Griek. Ze verkochten allerlei reukwaren.

Ik was net oud genoeg om het meisje mooi te vinden, maar zonder de moed te hebben haar aan te spreken. Dat had ook weinig zin gehad, want meisjes van achttien zien een jongen van zestien als een kind. En daarin hebben ze groot gelijk. Toch kwamen wij, jongens uit de vierde klas, 's avonds altijd naar de Westermarkt om dat meisje te zien.

Nu was hij die daar voor me stond met zijn sjaal, er die keer ook bij, hoewel hij een paar jaar jonger was dan de rest en dus nog te kinderachtig om naar de Griekin te kijken. Maar hij was de beste van de klas โ€” want hij was slim, dat moet ik toegeven โ€” en hij hield van spelen, stoeien en vechten. Dรกรกrom was hij erbij. Terwijl we dus โ€” we waren wel met zijn tienen โ€” op een afstandje naar die Griekin stonden te kijken en overlegden hoe we contact met haar konden leggen, besloten we geld bij elkaar te leggen om iets in de kraam te kopen.

Maar toen was goede raad duur: wie trok de stoute schoenen aan om het meisje aan te spreken? Iedereen wilde wel, maar niemand durfde. Er werd geloot, en het lot viel op mij. Nu geef ik toe dat ik niet graag gevaar opzoek. Ik ben echtgenoot en vader, en ik vind iedereen die het gevaar opzoekt een gek, wat ook in de Bijbel staat. Het doet me trouwens deugd om te merken dat ik in mijn opvattingen over gevaar en dat soort dingen mezelf gelijk ben gebleven. Ik denk er nu nog precies zo over als die avond, toen ik daar bij de kraam van de Griek stond met de twaalf stuivers die we hadden ingelegd in mijn hand. Maar kijk, uit valse schaamte durfde ik niet te zeggen dat ik niet durfde. En bovendien: ik moest wel vooruit, want mijn makkers duwden me, en voor ik het wist stond ik voor de kraam.

Ik zag het meisje niet eens: ik zag niets! Alles werd groen en geel voor mijn ogen. Ik stamelde een stukje Griekse grammatica van ik weet niet welk werkwoord...

"Plaรฎt-il? (Wat zegt u?)" zei ze.

Ik herstelde me enigszins en ging verder: "Meenin aeide thea (Bezring, godin, de wrok)... en... dat Egypte een geschenk van de Nijl was."

Ik ben ervan overtuigd dat de kennismaking geslaagd zou zijn, als niet precies op dat moment een van mijn makkers mij uit kinderachtige baldadigheid zo'n harde duw in mijn rug had gegeven, dat ik keihard tegen de vitrinekast aanvloog die de voorkant van de kraam afsloot. Ik voelde een hand in mijn nek... een tweede hand een stuk lager... ik zweefde even... en voor ik goed en wel begreep hoe de zaken ervoor stonden, lag ik in de kraam van de Griek. Die riep in verstaanbaar Frans dat ik een straatschoffie was en dat hij de politie zou roepen. Nu was ik wel dicht bij het meisje, maar leuk was het niet. Ik huilde en smeekte om genade, want ik was doodsbang. Maar het hielp niet. De Griek hield me bij mijn arm en schopte me. Ik zocht naar mijn makkers โ€” we hadden het die ochtend net over de Romeinse held Scaevola gehad, die zijn hand in het vuur stak, en in hun Latijnse opstellen hadden ze dat prachtig gevonden โ€” nou, vergeet het maar! Niemand was gebleven om voor mij zijn hand in het vuur te steken...

Dat dacht ik tenminste. Maar kijk, daar vloog ineens mijn 'Sjaalman' door de achterdeur de kraam in. Hij was niet groot of sterk, en pas een jaar of dertien, maar het was een vlug en dapper mannetje. Ik zie zijn ogen nog flikkeren โ€” normaal stonden ze flets โ€” hij gaf de Griek een vuistslag, en ik was gered. Later heb ik gehoord dat de Griek hem flink in elkaar heeft geslagen, maar omdat ik het vaste principe heb me nooit te bemoeien met dingen die me niet aangaan, ben ik direct weggerend. Ik heb het dus niet gezien.

Dat is de reden waarom zijn gezicht mij zo aan parfum deed denken, en hoe je in Amsterdam ruzie kunt krijgen met een Griek. Als die man op latere kermissen weer met zijn kraam op de Westermarkt stond, ging ik me altijd ergens anders vermaken.

Omdat ik erg van filosofische opmerkingen houd, moet ik u toch even zeggen, lezer, hoe wonderlijk de dingen in deze wereld samenhangen. Als de ogen van dat meisje minder zwart waren geweest, als ze kortere vlechten had gehad, of als ze mij niet tegen die kast hadden geduwd, had u nu dit boek niet gelezen. Wees dus dankbaar dat het zo gelopen is. Geloof me, alles in de wereld is goed zoals het is, en ontevreden mensen die altijd klagen, zijn mijn vrienden niet. Kijk maar naar Busselinck & Waterman... maar ik moet verder, want mijn boek moet af zijn voor de voorjaarsveiling.

Bron: Vrij naar Max Havelaar (hertaling), Multatuli (Eduard Douwes Dekker) (Project Gutenberg, hertaling door Gemini)


๐Ÿง 
  • Met Koptekst en Voettekst herhaal je informatie (zoals paginanummers) op elke bladzijde.
  • Een Inhoudsopgave werkt op basis van de stijlen (Kop1, Kop2) en moet je manueel bijwerken.
  • Een document bestaat standaard uit รฉรฉn sectie. Wil je afwijkende paginanummering of marges, dan moet je een sectie-einde invoegen.
  • Om de nummering te herstarten, is het cruciaal om de optie Aan vorige koppelen uit te zetten in de voettekst.