Meerkeuzevragen Computerhardware (lespakket 1-10)
Hieronder vind je 100 meerkeuzevragen gebaseerd op de leerstof van lespakket 1 tot en met 10, gegroepeerd per lespakket. De antwoorden staan onderaan het document.
Lespakket 1: Inleiding / Soorten computers
TXT
1. Wat is het belangrijkste verschil tussen een "general purpose computer" en een "special purpose computer"?
A) General purpose computers zijn draagbaar, special purpose computers niet.
B) General purpose computers kunnen verschillende taken uitvoeren, terwijl special purpose computers voor één specifieke taak zijn ontworpen.
C) General purpose computers hebben altijd een internetverbinding, special purpose computers niet.
D) General purpose computers worden door bedrijven gebruikt, special purpose computers door particulieren.
TXT
2. Welk type computer wordt gekenmerkt door een "slate form factor" zonder fysiek toetsenbord?
A) Desktop
B) Laptop
C) Tablet
D) Mainframe
TXT
3. Wat is een belangrijk nadeel van een netwerkcomputer in vergelijking met een standalone computer?
A) Het is moeilijker om bestanden te delen.
B) Het is kwetsbaarder voor virussen en hackers.
C) Het heeft geen toegang tot het internet.
D) Het kan geen randapparatuur delen.
TXT
4. Waarvoor worden mainframes voornamelijk gebruikt?
A) Voor extreem snelle, complexe berekeningen in wetenschappelijk onderzoek.
B) Als persoonlijke computer voor thuisgebruik.
C) Voor grootschalige gegevensverwerking, zoals transacties bij banken.
D) Voor het spelen van grafisch intensieve games.
TXT
5. Wat is het belangrijkste verschil tussen een supercomputer en een mainframe?
A) Supercomputers zijn voor veel gebruikers tegelijk, mainframes voor één gebruiker.
B) Supercomputers zijn ontworpen voor maximale rekensnelheid (sprinters), mainframes voor betrouwbare verwerking van veel transacties (langeafstandslopers).
C) Supercomputers gebruiken IBM-technologie, mainframes niet.
D) Supercomputers zijn kleiner en goedkoper dan mainframes.
TXT
6. Wat is een Raspberry Pi een voorbeeld van?
A) Een supercomputer
B) Een mainframe
C) Een single board computer
D) Een e-reader
TXT
7. Welk apparaat is specifiek ontworpen voor het lezen van teksten met een energiezuinig e-ink scherm?
A) Smartphone
B) Tablet
C) E-reader
D) Netbook
TXT
8. Wat is een kenmerk van een desktopcomputer?
A) Hij is zeer draagbaar.
B) Hij heeft geïntegreerde onderdelen en een batterij.
C) Hij is krachtig en makkelijk uitbreidbaar.
D) Hij heeft een aanraakscherm als primaire input.
TXT
9. Wat is de functie van een "wearable" zoals een smartwatch?
A) Grootschalige dataverwerking voor bedrijven.
B) Complexe wetenschappelijke berekeningen.
C) Gezondheidsmonitoring en communicatie.
D) Het vervangen van een desktopcomputer.
TXT
10. Rekenprestaties van supercomputers worden uitgedrukt in:
A) GHz (gigahertz)
B) DPI (dots per inch)
C) Flops (floating point operations per second)
D) RPM (revolutions per minute)
Lespakket 2: Inleiding / De binnenkant
TXT
11. Wat is ESD en waarom is het gevaarlijk voor computeronderdelen?
A) Electronic System Damage; het is een softwarefout die componenten wist.
B) Electrostatic Discharge; een kleine vonk die fijne elektronica kan beschadigen.
C) Extra Strong Durability; een standaard die aangeeft hoe robuust een component is.
D) Energy Saving Device; een modus die de computer in slaapstand zet.
TXT
12. Hoe kun je ESD het beste voorkomen bij het werken aan een computer?
A) Door de computer in een koude ruimte te plaatsen.
B) Door plastic handschoenen te dragen.
C) Door een antistatisch polsbandje te dragen of jezelf te ontladen aan een metalen object.
D) Door de computer aan te laten staan tijdens de montage.
TXT
13. Welke onderdelen in een laptop zijn vaak wél uitwisselbaar tussen verschillende merken en modellen?
A) Het moederbord en de behuizing.
B) De batterij en de oplader.
C) De harde schijf (of SSD) en de geheugenmodules.
D) Het scherm en het toetsenbord.
TXT
14. Wat zijn de drie grote stappen van het gegevensverwerkend proces in een computer?
A) Starten, uitvoeren, afsluiten.
B) Invoer, verwerking, uitvoer.
C) Lezen, schrijven, opslaan.
D) Downloaden, installeren, updaten.
TXT
15. Waar wordt een programma eerst naartoe geladen vanaf de harde schijf voordat de processor het kan uitvoeren?
A) Naar de voeding.
B) Naar het beeldscherm.
C) Naar het werkgeheugen (RAM).
D) Naar de CMOS-chip.
Lespakket 3: Behuizing en moederbord
TXT
16. Wat is een belangrijke functie van een computerbehuizing?
A) Het verhogen van de internetsnelheid.
B) Het beschermen van interne componenten en zorgen voor koeling.
C) Het opslaan van het besturingssysteem.
D) Het direct aansturen van de processor.
TXT
17. Wat is het nut van goed kabelmanagement in een computerbehuizing?
A) Het ziet er alleen netter uit.
B) Het verbetert de luchtstroming en dus de koeling.
C) Het maakt de computer stiller.
D) Het verhoogt de snelheid van de harde schijf.
TXT
18. Welk type moederbord is het kleinst van de onderstaande opties?
A) ATX
B) Micro-ATX
C) Mini-ITX
D) E-ATX
TXT
19. Wat is de functie van het moederbord?
A) Het levert stroom aan alle componenten.
B) Het is de centrale printplaat die alle onderdelen met elkaar verbindt.
C) Het slaat alle bestanden permanent op.
D) Het koelt de processor.
TXT
20. Hoe kunnen instellingen op een ouder moederbord fysiek worden aangepast?
A) Via de software van het besturingssysteem.
B) Door het vervangen van de processor.
C) Via jumpers of DIP-switches.
D) Door de voeding te vervangen.
Lespakket 4: Bussen, chipset en BIOS
TXT
21. Wat is de functie van bussen op een moederbord?
A) Ze houden de uitbreidingskaarten op hun plaats.
B) Ze transporteren gegevens tussen de verschillende onderdelen.
C) Ze voorzien de computer van stroom.
D) Ze koelen het moederbord.
TXT
22. Hoeveel verschillende waarden kan één byte bevatten?
A) 2
B) 8
C) 16
D) 256
TXT
23. Welk talstelsel gebruikt de symbolen 0-9 en A-F?
A) Binair
B) Decimaal
C) Octaal
D) Hexadecimaal
TXT
24. Welke van de volgende bussen transporteert geheugenadressen van de processor naar het geheugen?
A) Databus
B) Adresbus
C) Controlebus
D) Systeembus
TXT
25. Wat is de functie van de chipset op een moederbord?
A) Het regelt de kloksnelheid van de processor.
B) Het werkt als een verkeersagent voor de gegevensstromen tussen de componenten.
C) Het slaat de BIOS-instellingen op.
D) Het levert stroom aan de USB-poorten.
TXT
26. Wat is het belangrijkste verschil tussen BIOS en UEFI?
A) BIOS is software, UEFI is hardware.
B) UEFI heeft een grafische interface en ondersteunt grotere schijven, terwijl BIOS een tekstinterface heeft.
C) BIOS wordt gebruikt in laptops, UEFI in desktops.
D) UEFI is trager dan BIOS.
TXT
27. Wat is de POST die wordt uitgevoerd bij het opstarten van een computer?
A) Een controle van de internetverbinding.
B) Een test van de software-installaties.
C) Een zelftest van de hardware (Power-On Self-Test).
D) Een update van het besturingssysteem.
TXT
28. Wat is DMA (Direct Memory Access)?
A) Een techniek waarbij de processor direct het geheugen kan aanpassen.
B) Een techniek die randapparaten toelaat rechtstreeks met het geheugen te communiceren.
C) Een type geheugen dat sneller is dan RAM.
D) Een beveiligingsfunctie in het BIOS.
TXT
29. Wat gebeurt er tijdens een 'write' busoperatie?
A) De processor haalt gegevens op uit het geheugen.
B) De processor slaat gegevens op in een geheugenplaats.
C) Het geheugen wordt volledig gewist.
D) De computer wordt opnieuw opgestart.
TXT
30. Wat is het risico van het "flashen" (updaten) van het BIOS/UEFI?
A) Het kan de harde schijf wissen.
B) Het kan het moederbord onbruikbaar maken als het proces wordt onderbroken.
C) Het kan de garantie van de processor ongeldig maken.
D) Het kan de internetsnelheid permanent verlagen.
Lespakket 5: De voeding en de batterij
TXT
31. Wat is de eenheid van elektrische stroom?
A) Volt (V)
B) Ampère (A)
C) Ohm (Ω)
D) Watt (W)
TXT
32. Wat is de functie van een computervoeding (PSU)?
A) Het verhoogt de wisselspanning van het stopcontact.
B) Het zet wisselspanning om in lagere gelijkspanning voor de computeronderdelen.
C) Het slaat energie op voor als de stroom uitvalt.
D) Het regelt de snelheid van de ventilator.
TXT
33. Welke connector wordt gebruikt om moderne SSD's en HDD's van stroom te voorzien?
A) Molex-connector
B) Berg-connector
C) SATA power connector
D) CPU power connector
TXT
34. Waarom is aarding voor elektrische apparaten belangrijk?
A) Om de efficiëntie te verhogen.
B) Om foutstromen veilig af te voeren en brandgevaar te voorkomen.
C) Om de internetsnelheid te stabiliseren.
D) Om het geluidsniveau van de ventilator te verlagen.
TXT
35. Wat is het voordeel van een modulaire voeding?
A) Het is goedkoper dan een standaard voeding.
B) Het levert meer vermogen.
C) Je hoeft alleen de benodigde kabels aan te sluiten, wat de luchtstroming verbetert.
D) Het heeft een ingebouwde batterij.
TXT
36. Wat is de functie van de kleine knoopcelbatterij op het moederbord?
A) Het levert stroom aan de processor als de computer uitstaat.
B) Het voorziet de CMOS-chip van stroom om o.a. de systeemtijd te bewaren.
C) Het dient als back-up voor het werkgeheugen (RAM).
D) Het voedt de LED-lampjes op de behuizing.
TXT
37. Welk type batterij wordt het meest gebruikt in moderne laptops en smartphones?
A) Nikkel-Cadmium (NiCd)
B) Loodzuur
C) Alkaline
D) Lithium-ion (Li-Ion)
TXT
38. Wat is een maatregel om de autonomie (gebruiksduur) van een laptopbatterij te verhogen?
A) De schermhelderheid maximaal zetten.
B) Zoveel mogelijk programma's tegelijkertijd laten draaien.
C) De helderheid van het scherm verlagen en onnodige programma's afsluiten.
D) De laptop permanent aan de oplader laten.
TXT
39. Wat is de standaard voor draadloos opladen?
A) USB-C
B) Qi-protocol
C) Bluetooth
D) NFC
TXT
40. Wat is het doel van de USB Power Delivery (USB PD) standaard?
A) Het verhoogt de data-overdrachtssnelheid van USB.
B) Het maakt het mogelijk om via USB externe beeldschermen aan te sluiten.
C) Het zorgt ervoor dat een USB-C voeding automatisch de juiste spanning en stroom levert voor verschillende apparaten.
D) Het beveiligt de USB-poort tegen virussen.
Lespakket 6: De processor / Opbouw en onderdelen
TXT
41. Wat zijn de drie fasen die een processor doorloopt bij het verwerken van een instructie?
A) Input, Process, Output
B) Read, Write, Execute
C) Prefetch, Decode, Execute
D) Start, Run, Stop
TXT
42. Welk principe, dat de basis vormt van moderne computers, beschrijft de cyclus van het ophalen, decoderen en uitvoeren van instructies?
A) De Wet van Moore
B) De Von Neumann-architectuur
C) De Turing-test
D) Het Huygens-principe
TXT
43. Wat is het doel van "pipelining" in een processor?
A) Het verlagen van het stroomverbruik.
B) Het overlappend uitvoeren van instructies in verschillende fasen om de doorvoer te verhogen.
C) Het koelen van de processor met vloeistof.
D) Het verbinden van meerdere processorkernen.
TXT
44. Wat is het verschil tussen Hyper-Threading en een multicore processor?
A) Er is geen verschil, het zijn twee namen voor dezelfde technologie.
B) Hyper-Threading splitst één fysieke kern in twee virtuele kernen, terwijl een multicore processor meerdere fysieke kernen heeft.
C) Hyper-Threading is van AMD, multicore is van Intel.
D) Hyper-Threading verhoogt de kloksnelheid, multicore niet.
TXT
45. Wat is het "Thermal Design Point" (TDP) van een processor?
A) De maximale kloksnelheid die de processor kan bereiken.
B) De hoeveelheid warmte die de koeling moet kunnen afvoeren bij een normale werkbelasting.
C) De minimale temperatuur waarbij de processor kan werken.
D) Het aantal transistors in de processor.
TXT
46. Wat is een belangrijk risico van het overklokken van een processor?
A) Het kan de harde schijf beschadigen.
B) Het kan leiden tot oververhitting, instabiliteit en verlies van garantie.
C) Het verlaagt de prestaties van de grafische kaart.
D) Het maakt de computer kwetsbaarder voor virussen.
TXT
47. Waarvoor staat de afkorting GPU?
A) General Processing Unit
B) Graphics Processing Unit
C) Global Performance Unit
D) Gaming Power Unit
TXT
48. Wat is "branch prediction"?
A) Een techniek waarbij de processor probeert te voorspellen welke kant een vertakking in de code opgaat.
B) Een methode om de processor te koelen.
C) De verbinding tussen twee processorkernen.
D) Een manier om het cachegeheugen te vergroten.
TXT
49. Waarom hebben moderne processoren zowel een hoge interne kloksnelheid als een lagere externe kloksnelheid voor de bussen?
A) Om energie te besparen.
B) Omdat andere computercomponenten de hoge snelheid van de processor niet konden bijhouden.
C) Om de processor stiller te maken.
D) Dit is een verouderde techniek die niet meer wordt gebruikt.
TXT
50. Wat is "out-of-order execution"?
A) Een fout in de processor waarbij instructies in de verkeerde volgorde worden uitgevoerd.
B) Een techniek waarbij instructies niet strikt in volgorde worden uitgevoerd, maar zodra de benodigde middelen beschikbaar zijn.
C) Het proces van het afsluiten van programma's.
D) Een beveiligingsmaatregel tegen malware.
Lespakket 7: De processor / Processoren op de markt en koelers
TXT
51. Welke twee bedrijven domineren de markt voor laptop- en desktopprocessoren?
A) Intel en NVIDIA
B) Intel en AMD
C) AMD en Qualcomm
D) Apple en Intel
TXT
52. Wat is een "System-on-a-Chip" (SoC), zoals die in smartphones wordt gebruikt?
A) Een chip waarop alleen de processorfuncties zijn geïntegreerd.
B) Een chip waarop alle belangrijke functies (processor, beeld, geluid, geheugen) zijn geïntegreerd.
C) Een externe processor die via USB wordt aangesloten.
D) Een type koeler voor de processor.
TXT
53. Wat voorspelt de Wet van Moore?
A) Dat de kloksnelheid van processoren elke 2 jaar verdubbelt.
B) Dat het aantal transistors op een chip ongeveer elke 2 jaar verdubbelt.
C) Dat de prijs van computers elke 2 jaar halveert.
D) Dat de grootte van harde schijven elke 2 jaar verdubbelt.
TXT
54. Welke computergeneratie werd gekenmerkt door het gebruik van transistoren?
A) De eerste generatie
B) De tweede generatie
C) De derde generatie
D) De vierde generatie
TXT
55. Wat is een "qubit"?
A) Een type processor van Intel.
B) De basiseenheid van informatie in een quantumcomputer.
C) Een nieuwe soort koelpasta.
D) Een meeteenheid voor de snelheid van DNA-computers.
TXT
56. Wat is de functie van koelpasta?
A) Het schoonmaken van de processor.
B) Het zorgen voor een optimale warmtegeleiding tussen de processor en de heatsink.
C) Het isoleren van de processor om warmte binnen te houden.
D) Het vastlijmen van de heatsink op de processor.
TXT
57. Wat is een "heatsink"?
A) Een ventilator die lucht op de processor blaast.
B) Een set metalen vinnen die warmte van de processor afvoert.
C) Een buis gevuld met koelvloeistof.
D) Een softwareprogramma dat de temperatuur meet.
TXT
58. Welk type koeling wordt beschouwd als een van de meest extreme en wordt voornamelijk gebruikt voor supercomputers of recordpogingen in overklokken?
A) Standaard luchtkoeling
B) Waterkoeling
C) Peltier-koeling
D) Vloeibare stikstof (LN2)
TXT
59. Wat is een belangrijk verschil tussen een desktopprocessor en een laptopprocessor?
A) Laptopprocessoren zijn krachtiger maar verbruiken meer energie.
B) Desktopprocessoren zijn altijd van Intel, laptopprocessoren van AMD.
C) Laptopprocessoren zijn energiezuiniger en produceren minder warmte.
D) Desktopprocessoren hebben geen koeling nodig.
TXT
60. Wat is een "top-flow cooler"?
A) Een koeler die warme lucht direct naar de zijkant van de behuizing afvoert.
B) Een type waterkoeling.
C) Een koeler die lucht van bovenaf direct op de heatsink en omliggende componenten blaast.
D) Een passieve koeler zonder ventilator.
Lespakket 8: Geheugens
TXT
61. Wat is een belangrijk kenmerk van ROM-geheugen?
A) Het is vluchtig; de inhoud verdwijnt als de stroom wordt uitgeschakeld.
B) Het is "Read Only" of moeilijk herprogrammeerbaar en wordt gebruikt voor firmware zoals het BIOS.
C) Het is het hoofdwerkgeheugen van de computer.
D) Het kan eenvoudig door de gebruiker worden uitgebreid.
TXT
62. Wat is het verschil tussen een DIMM en een SO-DIMM?
A) DIMM is voor Intel-systemen, SO-DIMM voor AMD-systemen.
B) DIMM is sneller dan SO-DIMM.
C) DIMM wordt gebruikt in desktops, terwijl het kleinere SO-DIMM in laptops wordt gebruikt.
D) DIMM is een ouder type geheugen, SO-DIMM is de moderne variant.
TXT
63. Wat is het doel van "dual channel" geheugenconfiguratie?
A) Het verdubbelt de capaciteit van het geheugen.
B) Het verhoogt de doorvoersnelheid door twee geheugenmodules tegelijk aan te spreken.
C) Het maakt het geheugen compatibel met twee verschillende soorten moederborden.
D) Het verlaagt het stroomverbruik van het geheugen.
TXT
64. Wat is cachegeheugen?
A) Een ander woord voor de harde schijf.
B) Een klein, zeer snel geheugen tussen de processor en het werkgeheugen.
C) Een type extern geheugen, zoals een USB-stick.
D) Geheugen dat wordt gebruikt door de grafische kaart.
TXT
65. Wat gebeurt er als de CMOS-batterij leeg is?
A) De computer start helemaal niet meer op.
B) De computer wordt veel sneller.
C) De computer verliest zijn systeeminstellingen en de klok loopt niet meer correct.
D) Het werkgeheugen wordt permanent beschadigd.
TXT
66. Wat is virtueel geheugen?
A) Een type geheugen dat nog in ontwikkeling is.
B) Een deel van de harde schijf dat wordt gebruikt als een uitbreiding van het fysieke werkgeheugen (RAM).
C) Het geheugen dat zich in de processor bevindt.
D) Een online opslagdienst in de cloud.
TXT
67. Wat betekent "swapping" in de context van virtueel geheugen?
A) Het vervangen van een defecte geheugenmodule.
B) Het kopiëren van gegevens tussen het virtuele geheugen (harde schijf) en het fysieke werkgeheugen.
C) Het upgraden van het BIOS.
D) Het formatteren van de harde schijf.
TXT
68. Wat is ECC-geheugen en waar wordt het voornamelijk gebruikt?
A) Extra Cool-geheugen; het heeft betere koeling en wordt gebruikt in gaming-pc's.
B) Error-Correcting Code-geheugen; het kan fouten detecteren en corrigeren en wordt vooral in servers gebruikt.
C) Enhanced Capacity-geheugen; het heeft een grotere opslagcapaciteit en wordt in supercomputers gebruikt.
D) Economical-geheugen; het is een goedkopere variant voor budgetcomputers.
TXT
69. Wat geeft het PC-nummer van een RAM-module aan (bv. PC2700)?
A) De fysieke lengte van de module in millimeters.
B) De maximale doorvoersnelheid in MB/s.
C) Het aantal pins op de module.
D) De aanbevolen verkoopprijs.
TXT
70. Wat is een "hit" in de context van cachegeheugen?
A) Een fout in het geheugen.
B) Wanneer de processor de gevraagde gegevens succesvol in het cachegeheugen vindt.
C) Wanneer de processor de gegevens niet in het cachegeheugen vindt en naar het RAM moet gaan.
D) Een stroompiek die het geheugen beschadigt.
Lespakket 9: Opslag van gegevens
TXT
71. Wat is het doel van het formatteren van een harde schijf?
A) De schijf fysiek schoonmaken.
B) De schijf indelen in sporen en sectoren en er een bestandssysteem op aanbrengen.
C) De gegevens op de schijf comprimeren.
D) De rotatiesnelheid van de schijf verhogen.
TXT
72. Wat is fragmentatie?
A) Het proces waarbij een bestand in niet-aaneengesloten stukken op de harde schijf wordt opgeslagen.
B) Een fysieke beschadiging aan de oppervlakte van de schijf.
C) Het verdelen van een harde schijf in partities.
D) Een beveiligingsmaatregel om gegevens te versleutelen.
TXT
73. Wat is een belangrijk voordeel van een SSD (Solid State Drive) ten opzichte van een traditionele HDD (Hard Disk Drive)?
A) SSD's hebben een veel grotere opslagcapaciteit voor dezelfde prijs.
B) SSD's zijn veel sneller omdat ze geen bewegende delen hebben.
C) SSD's hebben een langere levensduur bij intensief schrijven.
D) SSD's zijn goedkoper per gigabyte.
TXT
74. Wat is RAID?
A) Een type snelle harde schijf.
B) Een methode om meerdere schijven te combineren voor meer capaciteit of redundantie (veiligheid).
C) Een softwareprogramma om schijven te defragmenteren.
D) Een aansluiting voor externe harde schijven.
TXT
75. Welk opslagmedium gebruikt een blauwe laser en heeft daardoor een hogere capaciteit dan een DVD?
A) CD-ROM
B) Tapestreamer
C) Blu-ray
D) Floppy disk
TXT
76. Wat is het verschil tussen een MBR- en een GPT-partitiestijl?
A) MBR is voor SSD's, GPT is voor HDD's.
B) MBR is beperkt tot 4 primaire partities en schijven tot 2 TB, terwijl GPT meer partities en grotere schijven ondersteunt.
C) MBR is sneller, maar GPT is veiliger.
D) MBR wordt gebruikt door Windows, GPT door macOS.
TXT
77. Wat is "wear leveling"?
A) Een techniek bij HDD's om de lees-/schrijfkoppen te kalibreren.
B) Een techniek bij SSD's om de schrijfactiviteit te verspreiden en de levensduur van de geheugencellen te verlengen.
C) Het proces van het fysiek gladmaken van de platters van een harde schijf.
D) Een softwarefunctie om de opslagruimte gelijkmatig te vullen.
TXT
78. Waarvoor wordt een tapestreamer voornamelijk gebruikt?
A) Als primair opslagmedium in laptops.
B) Voor het afspelen van muziek.
C) Voor het maken van back-ups van grote hoeveelheden data.
D) Voor het installeren van software.
TXT
79. Wat is "slack space"?
A) De ruimte tussen de sporen op een harde schijf.
B) De onbenutte ruimte in de laatste cluster van een bestand.
C) De vrije ruimte op de gehele harde schijf.
D) Een tijdelijk bestand dat door het besturingssysteem wordt gebruikt.
TXT
80. Welke interface, vaak gebruikt in een M.2-formaat, biedt significant hogere snelheden voor SSD's dan de traditionele SATA-interface?
A) IDE
B) USB 2.0
C) NVMe
D) E-SATA
Lespakket 10: Uitbreidingskaarten
TXT
81. Welke uitbreidingssleuf is specifiek ontworpen als opvolger van PCI en AGP en werkt met "lanes" (bv. x1, x4, x16)?
A) ISA
B) PCI-Express (PCIe)
C) EISA
D) M.2
TXT
82. Wat is de primaire functie van een beeldschermkaart (grafische kaart)?
A) Het produceren van geluid voor de computer.
B) Het verbinden van de computer met het internet.
C) Het verwerken van grafische data en het aansturen van het beeldscherm.
D) Het versnellen van de algehele systeemprestaties.
TXT
83. Wat is VRAM?
A) Virtual RAM, een ander woord voor virtueel geheugen.
B) Video RAM, het eigen geheugen van de grafische kaart.
C) Volatile RAM, een type werkgeheugen.
D) Virus Resistant RAM, een beveiligd type geheugen.
TXT
84. Wat is het doel van stuurprogramma's (device drivers)?
A) Ze beschermen de computer tegen virussen.
B) Ze zorgen ervoor dat hardware kan communiceren met het besturingssysteem.
C) Ze beheren het stroomverbruik van de computer.
D) Ze defragmenteren de harde schijf.
TXT
85. Wat is een M.2-slot?
A) Een verouderde sleuf voor modems.
B) Een compacte, universele sleuf die vooral wordt gebruikt voor snelle SSD's.
C) Een ander woord voor de CPU-socket.
D) Een poort voor het aansluiten van een printer.
TXT
86. Wat is het nut van een aparte geluidskaart als de meeste moederborden al "on-board audio" hebben?
A) Het is de enige manier om geluid uit een computer te krijgen.
B) Het verbetert de geluidskwaliteit, vooral voor gaming, opnames of met hoogwaardige luidsprekers.
C) Het verlaagt het stroomverbruik van de computer.
D) Het versnelt de internetverbinding.
TXT
87. Wat betekent "plug-and-play"?
A) Dat een apparaat alleen werkt als je ervoor betaalt.
B) Dat de computer een apparaat direct herkent en configureert bij het aansluiten.
C) Dat je een spel kunt spelen zonder het te installeren.
D) Dat een apparaat draadloos is.
TXT
88. Wat is SLI of Crossfire?
A) Een type snelle geheugenmodule.
B) Een technologie om twee of meer grafische kaarten te combineren voor betere prestaties.
C) Een koelsysteem voor de processor.
D) Een beveiligingsfunctie in het BIOS.
TXT
89. Waar kun je het beste en veiligst stuurprogramma's voor je hardware downloaden?
A) Van een willekeurige website die via een zoekmachine wordt gevonden.
B) Via een link in een onbekende e-mail.
C) Vanaf de officiële website van de fabrikant van de hardware.
D) Stuurprogramma's hoeven nooit te worden gedownload.
TXT
90. Waarom heeft een high-end grafische kaart vaak een of meer aparte voedingsconnectoren nodig?
A) Omdat de PCIe-sleuf niet genoeg stroom kan leveren voor het hoge verbruik van de kaart.
B) Dit is alleen voor de verlichting op de kaart.
C) Om de kaart te verbinden met het beeldscherm.
D) Om de kaart te kunnen overklokken.
Gemengde Herhalingsvragen
TXT
91. Welk type computer is specifiek ontworpen voor één taak, zoals de besturing van een wasmachine?
A) General purpose computer
B) Special purpose computer
C) Supercomputer
D) Mainframe
TXT
92. Wat is de functie van de 'actuator' in een harde schijf (HDD)?
A) Het ronddraaien van de platters.
B) Het lezen en schrijven van de data.
C) Het bewegen van de arm met de lees-/schrijfkoppen.
D) Het filteren van de lucht in de behuizing.
TXT
93. Welke technologie maakt het mogelijk dat één fysieke processorkern twee instructiestromen (threads) tegelijk kan verwerken?
A) Multicore
B) Overklokken
C) Turbo Boost
D) Hyper-Threading
TXT
94. Wat is de functie van de 'north bridge' in een oudere chipset-architectuur?
A) Het verbinden van de processor met tragere onderdelen zoals de harde schijf en USB-poorten.
B) Het verbinden van de processor met snelle onderdelen zoals het geheugen en de grafische kaart.
C) Het regelen van de stroomtoevoer naar het moederbord.
D) Het opslaan van het BIOS.
TXT
95. Welk type geheugen is vluchtig, wat betekent dat de inhoud verloren gaat als de stroom wordt uitgeschakeld?
A) ROM
B) RAM
C) Flash-geheugen (SSD)
D) EEPROM
TXT
96. Wat wordt bedoeld met de 'rotatiesnelheid' (uitgedrukt in rpm) van een harde schijf?
A) De snelheid waarmee de lees-/schrijfkop beweegt.
B) De snelheid waarmee de schijven (platters) ronddraaien.
C) De data-overdrachtssnelheid.
D) De snelheid waarmee de schijf opstart.
TXT
97. Welke van de volgende is GEEN type uitbreidingssleuf?
A) PCI
B) AGP
C) SATA
D) PCIe
TXT
98. Wat is de functie van een 'bootstrap loader' (IPL)?
A) Het testen van de hardware bij het opstarten.
B) Het laden van het besturingssysteem vanaf de harde schijf.
C) Het updaten van het BIOS.
D) Het beheren van de stroomtoevoer.
TXT
99. Welk onderdeel in een computer zet de 230V wisselspanning om naar lagere gelijkspanningen zoals 3.3V, 5V en 12V?
A) Het moederbord
B) De processor
C) De voeding (PSU)
D) De chipset
TXT
100. Wat is het belangrijkste doel van een quantumcomputer?
A) Het vervangen van alle desktop-pc's.
B) Het uitvoeren van extreem complexe berekeningen die voor traditionele computers onmogelijk zijn.
C) Het spelen van games met zeer hoge grafische kwaliteit.
D) Het verlagen van het energieverbruik in datacenters.
Antwoorden
- B
- C
- B
- C
- B
- C
- C
- C
- C
- C
- B
- C
- C
- B
- C
- B
- B
- C
- B
- C
- B
- D
- D
- B
- B
- B
- C
- B
- B
- B
- B
- B
- C
- B
- C
- B
- D
- C
- B
- C
- C
- B
- B
- B
- B
- B
- B
- A
- B
- B
- B
- B
- B
- B
- B
- B
- B
- D
- C
- C
- B
- C
- B
- B
- C
- B
- B
- B
- B
- B
- B
- A
- B
- B
- C
- B
- B
- C
- B
- C
- B
- C
- B
- B
- B
- B
- B
- B
- C
- A
- B
- C
- D
- B
- B
- B
- C
- B
- C
- B