- De leerlingen kunnen uitleggen wat secties en alinea’s zijn in een tekstverwerker.
- De leerlingen kunnen aangeven waarom je stijlen gebruikt voor de opmaak van tekst.
- De leerlingen kunnen het standaard lettertype en de opmaak van een document aanpassen via stijlen.
- De leerlingen kunnen het verschil uitleggen tussen thema’s, een stijlenset en stijlen in Word.
- De leerlingen kunnen de stijl ‘Standaard’ aanpassen
- De leerlingen kunnen uitleggen wat de gevolgen zijn van het aanpassen van de stijl ‘Standaard’.
- De leerlingen kunnen inspringen, afstand en regelafstand aanpassen via stijlen.
- Zie pag. 10-15 (bovenaan) en pag. 19
Structuur van een document
- Een document wordt onderverdeeld in grote stukken met dezelfde instellingen, bijvoorbeeld voor de marges van de pagina. Of de afdrukstand van een pagina (staand of liggend) Zo'n deel heet een sectie.
- In eenvoudige documenten is er meestal maar één sectie, maar je kunt meerdere secties gebruiken voor verschillende opmaakinstellingen.
- Binnen elke sectie wordt de tekst verder opgedeeld in paragrafen of alinea’s.
- Een paragraaf of alinea is niet hetzelfde als een zin; een zin eindigt met een leesteken, terwijl een paragraaf wordt afgesloten als je op de Enter-toets drukt.
- Meerdere zinnen kunnen samen één paragraaf vormen.
- Bij het typen in een tekstverwerker hoef je aan het einde van een regel niet op Enter te drukken; de tekstverwerker zorgt automatisch voor de juiste regelafbreking.
Opmaak van paragrafen
- De vormgeving van een document is de manier waarop tekst door middel van kleuren, lettertypes en indeling visueel wordt gepresenteerd.
- Hoe de tekst in een paragraaf eruit ziet kan je bepalen door de stijl die je toepast op de paragraaf.
- Een stijl heeft een naam en is een verzameling van instellingen die bepalen hoe je tekst eruit ziet.
- Een stijl kan bijvoorbeeld instellingen bevatten over het lettertype, de kleur, de regelafstand en hoe ver de tekst moet inspringen.
- Als je tekst begint te typen, dan krijgt die tekst automatisch de stijl 'Standaard'.
- Je kan voor je paragraaf een andere stijl kiezen door een stijl te selecteren in het tabblad Start en vervolgens op de gewenste stijl te klikken in de groep Stijlen. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor Kop 1, Kop 2, Titel of een andere beschikbare stijl.
Oefening 1: Stijl van een paragraaf wijzigen
Opdracht
- Download volgend document: De worsteling van Wim
- Open het document dat je zojuist hebt gedownload.
- Zorg dat de eerste zin van dit hoofdstuk een aparte paragraaf vormt. (Denk na hoe je dit doet!)
- Selecteer de paragraaf.
- Wijzig de stijl van deze paragraaf naar Citaat.
- Let op hoe de opmaak van de geselecteerde paragraaf direct verandert.
- Bewaar het document als
stijl-oefening.docx.
Ontwerp
Thema's
- Microsoft heeft bovenop het concept Stijlen het concept Thema toegevoegd, dat naast lettertypen ook een kleurenschema omvat.
- Een thema bevat twee belangrijke lettertypen: één voor doorlopende tekst en één voor koppen.
- Je vindt deze instellingen bij Ontwerpen in het lint, onder het blok Documentopmaak.
- Met de knop Thema’s kies je de basisopmaak van je document.
- Het wijzigen van het thema kan het lettertype van je tekst veranderen; sommige thema’s delen dezelfde lettertypen.
Stijlensets
- Naast het knopje Thema’s kun je een stijlenset kiezen, die veel opmaak beïnvloedt (valt buiten deze cursus).
Kleuren & lettertypes
- Na het kiezen van een thema en stijlenset kun je de kleuren aanpassen via het knopje Kleuren.
- Ben je niet tevreden met het lettertype voor koppen of doorlopende tekst, dan kun je dit aanpassen via het knopje Lettertypen.
- Er zijn veelgebruikte combinaties beschikbaar, maar je kunt ook zelf kiezen.
Waarom op deze manier je document vormgeven?
- Door deze aanpassingen via het tabblad ontwerpen te doen, kun je snel de opmaak van je hele document wijzigen.
- Als een thema je niet meer bevalt, kies je eenvoudig een ander en Word past alles automatisch aan.
- Er is ook een knop Als standaard instellen; zoek in de cursus op wat de impact hiervan is als je dit eerder hebt overgeslagen.
Oefening 2: Thema, kleuren en lettertype aanpassen
Opdracht
- Open terug het document: De worsteling van Wim
- Open het document dat je zojuist hebt gedownload.
- Pas het thema aan:
- Ga naar het tabblad Ontwerpen (of Design).
- Kies een ander thema voor het document.
- Wijzig de kleuren:
- Klik op Kleuren in het tabblad Ontwerpen.
- Selecteer een andere kleurenset.
- Verander het standaard lettertype:
- Klik op Lettertypen in het tabblad Ontwerpen.
- Kies een ander lettertype of maak een aangepaste combinatie.
- Bekijk het resultaat:
- Let op hoe de opmaak van het hele document direct verandert.
- Probeer verschillende thema’s en kleuren uit en bekijk het effect.
- Bewaar het document als
thema-oefening.docx.
Stijlen aanpassen
- Het is mogelijk dat je niet tevreden bent met de vormgeving nadat je een thema en/of een stijlenset hebt gekozen.
- Je kunt de stijl Standaard aanpassen via het tabblad Start in Word.
Oefening 3: Stijl 'Standaard' aanpassen
Opdracht
- Open opnieuw het document: De worsteling van Wim
- Pas het lettertype, de grootte en de regelafstand van de stijl 'Standaard' aan. Doe dit enkel voor het huidige document!
- Bekijk het resultaat: alle tekst met de stijl 'Standaard' verandert direct.
- Bewaar het document als
standaardstijl-oefening.docx.
Directe opmaak
- In tekstverwerkers staan veel knoppen klaar om de opmaak direct aan te passen, bijvoorbeeld in het lint bij Word (tabblad Start).
- Deze knoppen verleiden gebruikers om directe opmaak toe te passen, wat de werking van stijlen en de structuur van een document kan verstoren.
- Directe opmaak wijkt af van stijlen en heeft altijd voorrang: als je bijvoorbeeld het lettertype via directe opmaak wijzigt, overschrijft dit de stijl, ongeacht welke stijl je later kiest.
- Directe opmaak maakt consistente opmaak moeilijker, omdat directe opmaak de opmaak van individuele tekstfragmenten “vastzet”.
- Secties verdelen een document in verschillende delen, zodat je bijvoorbeeld verschillende opmaak of paginanummering kunt toepassen per sectie.
- Alinea’s zijn tekstblokken die je apart kunt opmaken, bijvoorbeeld met inspringing of regelafstand, om de structuur van je document duidelijk te maken.
- Door stijlen te gebruiken, kun je snel en consistent de opmaak van koppen, tekst en andere elementen aanpassen zonder alles handmatig te wijzigen.
- Het standaard lettertype en de opmaak van een document kun je eenvoudig wijzigen door de bijbehorende stijl aan te passen, zodat alle tekst automatisch de juiste opmaak krijgt.
- Thema’s bepalen de algemene kleuren en lettertypes van een document, terwijl stijlen vooral de opmaak van specifieke tekstonderdelen regelen.
- Als je de stijl ‘Standaard’ aanpast, verandert de opmaak van alle tekst die deze stijl gebruikt, waardoor je snel het hele document kunt aanpassen.
- Met stijlen kun je eenvoudig de inspringing, afstand en regelafstand van tekst instellen, zodat je document er overzichtelijk en professioneel uitziet.

